
Een gynaecoloog die als zzp’er via een tussenpartij werkte, hoeft een relatiebeding met een boete van 180.000 euro niet na te leven. De rechtbank Amsterdam oordeelde op 3 juni dat dat beding, dat hem verbood rechtstreeks bij de zorginstelling te gaan werken, nietig is op grond van het belemmeringsverbod, dat ook voor een zzp’er geldt. Doorslaggevend was dat hij feitelijk onder leiding en toezicht werkte. Zijn juridische status als zelfstandige deed daaraan niet af.
De zaak draait om een constructie die in de medische sector vaker voorkomt dan veel zzp’ers beseffen. Een gynaecologenpraktijk leverde sinds 2020 exclusief gynaecologen aan een zelfstandig behandelcentrum. De praktijk ontving 25 procent van de netto-omzet van het centrum; de gynaecoloog die het werk deed kreeg 18 procent van die omzet. Het verschil tussen beide percentages bleef bij de praktijk. Toen de gynaecoloog in mei 2024 ontdekte hoe groot dat verschil was, ontstond een conflict over zijn vergoeding. Hij stapte op en ging vanaf 15 juli 2024 rechtstreeks voor het behandelcentrum werken. De praktijk eiste daarop twee boetes uit zijn contract op: 180.000 euro voor het relatiebeding en eenzelfde bedrag voor het geheimhoudingsbeding.
Waarom het verbod ook voor een zzp’er geldt
Het belemmeringsverbod staat in artikel 9a van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs. Het bepaalt dat wie arbeidskrachten ter beschikking stelt, niet mag verhinderen dat die kracht na afloop rechtstreeks bij de inlener aan de slag gaat. Een beding dat dat toch probeert, is nietig.
De rechtbank legt uit waarom een zelfstandige zich daarop kan beroepen. Het artikel moet worden uitgelegd in lijn met de Europese Uitzendrichtlijn, en die geldt niet alleen voor mensen met een arbeidsovereenkomst, maar voor iedereen die gedurende een bepaalde tijd onder leiding van een ander werkt en daarvoor wordt betaald. De juridische kwalificatie als zzp’er is dus niet beslissend. Dat had de Hoge Raad in 2022 al vastgelegd.
Beslissend is of er feitelijk leiding en toezicht was. De rechtbank vond van wel. De gynaecoloog moest zijn werkzaamheden afstemmen met de praktijk, afspraken maken over aan- en afwezigheid, en werd elk kwartaal beoordeeld op gewerkte uren, kwaliteit, patiënttevredenheid en communicatie. Daarmee verschilde zijn positie volgens de rechter niet wezenlijk van die van een werknemer. Hij werkte bovendien ook onder toezicht van het behandelcentrum zelf: hij droeg bedrijfskleding, gebruikte hun e-mailadres en faciliteiten en legde verantwoording af aan de directie.
De tussenpartij geldt hier als intermediair
Het opvallende aan deze uitspraak is wie het belemmeringsverbod treft. Niet een uitzendbureau of payrollbedrijf in de klassieke zin, maar een gynaecologenpraktijk. De rechtbank merkt die praktijk in dit geval aan als intermediair, omdat haar bedrijfsvoering volgens haar eigen stellingen bestond uit het ter beschikking stellen van gynaecologen aan het behandelcentrum.
Daar stijgt de zaak boven het individuele geschil uit. Een vergelijkbaar criterium, feitelijke leiding en toezicht, wordt in het handhavingsdossier rond schijnzelfstandigheid juist tegen zzp’ers ingezet. Hier pakt het gunstig uit voor de zelfstandige: het opent de deur naar het belemmeringsverbod. Een tussenpartij die een zzp’er strak aanstuurt, vergroot daarmee het risico dat een relatie- of concurrentiebeding onderuitgaat zodra die zzp’er rechtstreeks bij de eindopdrachtgever wil contracteren.
Geen volledige overwinning voor de zzp’er
Het beeld dat de zelfstandige op alle fronten won, klopt niet. De twee boetes sneuvelden bovendien op verschillende gronden. Het relatiebeding is nietig via het belemmeringsverbod. Het geheimhoudingsbeding strandde op iets anders: de rechter oordeelde dat de gynaecoloog geen vertrouwelijke informatie had gedeeld, omdat het behandelcentrum allang wist welke vergoeding hij ontving. Dat had de praktijk zelf eerder gemeld.
Zijn eigen tegenvordering van 15.765 euro aan onbetaalde facturen wees de rechtbank af. Voor de werkzaamheden in augustus 2024 ging de rechter ervan uit dat het behandelcentrum hem inmiddels rechtstreeks betaalde. Voor de facturen uit juli gold een contractuele afspraak: de praktijk hoefde pas te betalen nadat zij zelf door het centrum was betaald, en dat bewijs leverde de gynaecoloog niet. Hij werd in die tegenvordering in de proceskosten veroordeeld.
Het behandelcentrum kwam er minder goed vanaf. Dat zegde de leveringsovereenkomst per direct op zonder de contractuele opzegtermijn van drie maanden in acht te nemen. Een dringende reden ontbrak volgens de rechter: de continuïteit van de zorg was niet in gevaar. Het centrum moet daarom een schadevergoeding betalen, op te maken in een aparte procedure. De vordering tegen de bestuurder persoonlijk ging niet door, omdat de hoge drempel voor bestuurdersaansprakelijkheid niet werd gehaald.
Tweede zaak deze week over de greep van de tussenpartij
De uitspraak past in een bredere lijn. Het gerechtshof Amsterdam oordeelde gisteren dat wie via Temper werkt geen zzp’er is maar uitzendkracht. Dat ging over een andere vraag, langs een ander wettelijk spoor: niet het belemmeringsverbod, maar de kwalificatie van de arbeidsrelatie via de Deliveroo-gezichtspunten. De rode draad is dezelfde. Rechters kijken door de gekozen contractvorm heen naar de feitelijke verhouding, en dat raakt telkens de positie van de tussenpartij tegenover de werker. Diezelfde beweging is zichtbaar in de politieke koers rond de zzp-wetgeving, waar het rechtsvermoeden bij lage tarieven centraal staat.
Voor de zelfstandige met een intermediair boven zich is de les concreet. Een relatie- of concurrentiebeding is niet automatisch geldig, ook niet als het netjes in een opdrachtovereenkomst staat. Wie feitelijk onder leiding en toezicht werkte, kan het belemmeringsverbod inroepen om zo’n beding onderuit te halen. De volledige uitspraak is te lezen op rechtspraak.nl. De richting in de rechtspraak ligt vast: de feitelijke verhouding weegt zwaarder dan de vorm op papier.
Bron: Rechtbank Amsterdam (ECLI:NL:RBAMS:2026:5777) · Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2022:751) · Waadi · Uitzendrichtlijn 2008/104/EG
Redactie ZZP Nieuws – Redactie ZZP Nieuws publiceert sinds 2014 dagelijks nieuws, duiding en achtergronden voor zelfstandig ondernemers in Nederland. De redactie werkt vanuit primaire bronnen — Rijksoverheid, rechtspraak, Kamerstukken en CBS — en plaatst ontwikkelingen waar mogelijk in de context van eerdere wetgeving en beleid. Onafhankelijkheid van overheid, vakbonden en commerciële partijen staat voorop. Lees meer over de redactie.
