Wat betekent VBAR?

Kennisbank · Wetgeving

De VBAR — Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden — is gesplitst. Het verduidelijkingsdeel is geschrapt. Het rechtsvermoeden is op 21 april 2026 aangenomen door de Tweede Kamer en ligt nu bij de Eerste Kamer. De inwerkingtreding wordt voorzien op 1 januari 2027. Dit is de actuele stand.

Verduidelijkingsdeel  geschrapt (6 mrt 2026)
Rechtsvermoeden  aangenomen TK (21 apr 2026)
Behandeling Eerste Kamer  vanaf 12 mei 2026
Zelfstandigenwet  beoogd per 1 jan 2028

Wat was de VBAR?

De VBAR was een wetsvoorstel dat twee dingen tegelijk wilde regelen: verduidelijken wanneer iemand als zzp’er of als werknemer werkt (het verduidelijkingsdeel), én laagbetaalde zelfstandigen een sterkere rechtspositie geven via een rechtsvermoeden van werknemerschap (het R-deel).

Het voorstel volgde op de Wet DBA en was bedoeld om een einde te maken aan de jarenlange onduidelijkheid op de arbeidsmarkt rond schijnzelfstandigheid. Het wetsvoorstel werd op 7 juli 2025 door minister Van Hijum bij de Tweede Kamer ingediend. Maar het verduidelijkingsdeel stuitte op brede weerstand — van zzp-organisaties, een groot deel van de Tweede Kamer én van veel opdrachtgevers — en is uiteindelijk geschrapt.

De koerswijziging van maart-april 2026

Op 6 maart 2026 kondigde minister Aartsen van Werk en Participatie aan dat het verduidelijkingsdeel van de VBAR van tafel gaat. Dat was het omstreden onderdeel dat wettelijk moest vastleggen wanneer een opdrachtgever iemand als zzp’er mag inhuren. De kritiek was breed: het had te weinig oog voor het ondernemerschap van zelfstandigen en leidde tot onrust in de markt.

Op 9 april 2026 informeerde Aartsen de Tweede Kamer nogmaals in een Kamerbrief over zijn “zzp-koers van rust en duidelijkheid”. Daarin bevestigt hij het schrappen definitief en kondigt hij een communicatiecampagne aan (“Zo kan zzp wél”) en een aanpassing van de webmodule beoordeling arbeidsrelaties. Op 15 april volgde een plenair Kamerdebat. Op 21 april 2026 stemde de Tweede Kamer in met het wetsvoorstel rechtsvermoeden (Wet 36.783): vrijwel alle partijen voor, alleen FVD tegen.

De handhaving op schijnzelfstandigheid door de Belastingdienst verandert niet. Die loopt al sinds 1 januari 2025 en gaat onverminderd door — ook na het schrappen van het verduidelijkingsdeel. De Deliveroo- en Uber-criteria uit de rechtspraak blijven het toetsingskader.

Overzicht: wat verdwijnt, wat blijft?

Geschrapt
Verduidelijkingsdeel VBAR

Criteria voor wanneer iemand als zzp’er of werknemer werkt. Van tafel per 6 maart 2026. Maakt weg vrij voor de Zelfstandigenwet.

Aangenomen TK
Rechtsvermoeden (Wet 36.783)

Rechtsvermoeden van werknemerschap bij tarief onder €38/uur. Aangenomen door de Tweede Kamer op 21 april 2026. Nu bij Eerste Kamer. Streefdatum Staatsblad: 31 augustus 2026.

In voorbereiding
Zelfstandigenwet

Vervangt het geschrapte verduidelijkingsdeel. Werkt met drie toetsen. Beoogde ingangsdatum: 1 januari 2028. Aartsen wil eind 2026 naar de Raad van State.

Het rechtsvermoeden van werknemerschap

Het rechtsvermoeden houdt in dat een zzp’er met een uurtarief onder de €38 (peildatum 1 januari 2026) straks bij de rechter kan claimen dat hij feitelijk werknemer is. De bewijslast wordt dan omgedraaid: niet de zzp’er hoeft te bewijzen dat hij werknemer is, maar de opdrachtgever moet aantonen dat er sprake is van echte zelfstandigheid. Kan de opdrachtgever dat niet, dan is sprake van schijnzelfstandigheid en heeft de werkende recht op loondoorbetaling bij ziekte, ontslagbescherming en de andere arbeidsrechtelijke bescherming.

Belangrijk juridisch detail: het wetsvoorstel introduceert geen nieuw materieel criterium voor de kwalificatie van een arbeidsrelatie. Het is een bewijsrechtelijk hulpmiddel. Het bestaande toetsingskader uit de rechtspraak — Deliveroo, Uber, de holistische toets — blijft volledig leidend. Het rechtsvermoeden verlaagt alleen de drempel voor werkenden om die toets aan de rechter voor te leggen.

Een aangenomen amendement bepaalt dat de €38-tariefgrens jaarlijks wordt geïndexeerd op basis van de gemiddelde cao-loonontwikkeling, niet op basis van het minimumloon. Dat moet voorkomen dat beleidsmatige aanpassingen onbedoelde gevolgen hebben voor het rechtsvermoeden. Er geldt geen overgangsrecht: vanaf inwerkingtreding kunnen ook bestaande overeenkomsten onder het rechtsvermoeden vallen.

Wie kan een beroep doen op het rechtsvermoeden? Alleen de werkende zelf, eventueel bijgestaan door een vakbond. De Belastingdienst, de Arbeidsinspectie en het UWV kunnen er geen gebruik van maken. De wet geldt ook niet voor situaties waarin een zzp’er werkt voor een particuliere opdrachtgever. Het rechtsvermoeden heeft uitsluitend civielrechtelijke werking — geen fiscale werking.

Waarom de strakke deadline van 31 augustus 2026? De invoering van het rechtsvermoeden is een mijlpaal in het Nederlandse herstelplan binnen de Europese Recovery and Resilience Facility. Per mijlpaal staat €600 miljoen op het spel. Haalt Nederland de deadline niet, dan loopt het geld via Brussel mis. Dat verklaart de versnelde behandeling. De beoogde inwerkingtreding is 1 januari 2027.

Wat is de Zelfstandigenwet?

De Zelfstandigenwet vervangt het geschrapte verduidelijkingsdeel van de VBAR. Dit is een initiatiefwetsvoorstel dat minister Aartsen als Kamerlid zelf schreef, samen met D66, CDA en SGP. Nu hij minister is, krijgt hij de ruimte om de wet verder uit te werken. De wet is geïnspireerd op Belgische wetgeving en markeert een andere benadering: niet de arbeidsrelatie staat centraal, maar het ondernemerschap van de zelfstandige zelf.

De Zelfstandigenwet werkt met drie toetsen:

  • Een zelfstandigentoets: gedraagt iemand zich als ondernemer in het economisch verkeer? (Ondernemersrisico, meerdere opdrachtgevers, eigen tarief, voorzieningen voor pensioen en arbeidsongeschiktheid.)
  • Een werkrelatietoets: hoe ziet de feitelijke arbeidsrelatie eruit? (Gezag, aansturing, inbedding in de organisatie.)
  • Een sectoraal rechtsvermoeden: per sector kan worden vastgelegd welke contractvorm de norm is.

Minister Aartsen wil het wetsvoorstel eind 2026 naar de Raad van State sturen, met als beoogde inwerkingtreding 1 januari 2028. Tot die tijd geldt de Wet DBA als wettelijk kader, aangevuld met de Deliveroo- en Uber-criteria uit de rechtspraak.

Tijdlijn

7 juli 2025
VBAR ingediend bij Tweede Kamer
Door minister Van Hijum, in twee delen: verduidelijking en rechtsvermoeden
1 januari 2025
Handhaving schijnzelfstandigheid hervat
Belastingdienst controleert weer actief op arbeidsrelaties
30 januari 2026
Coalitieakkoord kabinet-Jetten “Aan de slag”
Aankondiging: VBAR-verduidelijkingsdeel schrappen, Zelfstandigenwet versneld invoeren
6 maart 2026
Verduidelijkingsdeel VBAR geschrapt
Minister Aartsen kondigt schrapping aan; rechtsvermoeden wordt versneld doorgezet
9 april 2026
Kamerbrief Aartsen over zzp-koers
Campagne “Zo kan zzp wél”, aanpassing webmodule, schrapping bevestigd
15 april 2026
Plenair Kamerdebat zzp-koers
Brede steun voor versnelde invoering rechtsvermoeden; debat met Aartsen, Vijlbrief en Eerenberg
21 april 2026
Tweede Kamer neemt wetsvoorstel rechtsvermoeden aan
Wet 36.783 aangenomen — vrijwel alle partijen voor, alleen FVD tegen
12 mei 2026
Eerste Kamercommissie SZW bespreekt procedure
Behandeling Eerste Kamer start; geen stemmingsdatum bekend
Uiterlijk 31 augustus 2026
Rechtsvermoeden gepubliceerd in Staatsblad
Europese deadline binnen het herstelplan (€600 mln per mijlpaal op het spel)
Eind 2026
Zelfstandigenwet naar Raad van State
Aartsen kondigt deze planning aan in Kamerdebat 15 april 2026
1 januari 2027
Beoogde inwerkingtreding rechtsvermoeden
Zzp’ers onder €38/uur kunnen werknemersrechten opeisen bij de rechter
1 januari 2028
Beoogde inwerkingtreding Zelfstandigenwet
Volledige vervanger van het geschrapte verduidelijkingsdeel

Veelgestelde vragen

Wat betekent dit voor mij als zzp’er met een tarief boven de €38?
Op korte termijn verandert er weinig. Het rechtsvermoeden geldt alleen voor zzp’ers met een tarief onder €38/uur. De handhaving op schijnzelfstandigheid door de Belastingdienst gaat wel onverminderd door. Zorg dat je arbeidsrelaties goed zijn ingericht en documenteer je zelfstandigheid actief — ook extern ondernemerschap telt mee.
Wat betekent dit voor mij als zzp’er met een tarief onder de €38?
Zodra het rechtsvermoeden is ingevoerd — naar verwachting 1 januari 2027 — kun je bij de rechter werknemersrechten opeisen als je vindt dat je situatie feitelijk werknemerschap is. Je bent daar niet toe verplicht. Een zzp’er die tevreden is met zijn situatie hoeft er niets mee te doen. Alleen jij zelf, eventueel met steun van een vakbond, kunt een beroep doen op het rechtsvermoeden.
Gaat de Belastingdienst het rechtsvermoeden gebruiken?
Nee. Het rechtsvermoeden heeft alleen civielrechtelijke werking — geen fiscale werking. De Belastingdienst, Arbeidsinspectie en UWV kunnen er geen gebruik van maken. Voor fiscale handhaving blijft de Belastingdienst de Wet DBA en de Deliveroo- en Uber-criteria toepassen.
Verandert er iets aan de handhaving op schijnzelfstandigheid?
Nee. De Belastingdienst handhaaft onverminderd. Opdrachtgevers die zzp’ers inzetten waarbij achteraf sprake blijkt van een arbeidsovereenkomst, moeten alsnog loonheffingen afdragen. Minister Aartsen waarschuwt wel voor opdrachtgevers die uit voorzorg alle zzp-samenwerking hebben stopgezet — dat is niet de bedoeling van het beleid.
Is de VBAR nu volledig van tafel?
Het verduidelijkingsdeel wel. Het rechtsvermoeden gaat door als zelfstandig wetsvoorstel (Wet 36.783) en is op 21 april 2026 aangenomen door de Tweede Kamer. De Eerste Kamer behandelt het nu. De Zelfstandigenwet wordt de uiteindelijke vervanger van het geschrapte verduidelijkingsdeel.
Wanneer is de Zelfstandigenwet klaar?
Minister Aartsen wil het wetsvoorstel eind 2026 naar de Raad van State sturen, met als beoogde inwerkingtreding 1 januari 2028. Of die planning haalbaar is, hangt af van het parlementaire proces. Het kabinet-Jetten is een minderheidskabinet en heeft voor deze hervorming steun nodig van oppositiepartijen.
Geldt het rechtsvermoeden ook voor bestaande overeenkomsten?
Ja. Er geldt geen overgangsrecht. Vanaf inwerkingtreding kunnen ook bestaande overeenkomsten onder het rechtsvermoeden vallen, als het tarief onder de €38-grens ligt.
Terug naar de kennisbank
Deel dit bericht via: