Wat is de Wet DBA?

Kennisbank · Wetgeving

De Wet DBA — voluit: Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties — bepaalt hoe de arbeidsrelatie tussen een zzp’er en een opdrachtgever wordt beoordeeld. Sinds 1 januari 2025 handhaaft de Belastingdienst de wet actief. Vanaf 1 januari 2026 zijn vergrijpboetes weer mogelijk; verzuimboetes worden in 2026 nog niet opgelegd. Dit is wat je moet weten.

Van kracht sinds  1 mei 2016
Handhavingsmoratorium  opgeheven per 1 jan 2025
Vergrijpboetes  mogelijk vanaf 1 jan 2026
Verzuimboetes  nog niet in 2026

Wat is de Wet DBA?

De Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (Wet DBA) is sinds 1 mei 2016 de wettelijke basis voor de beoordeling van arbeidsrelaties tussen opdrachtgevers en zelfstandigen. De wet bepaalt dat opdrachtgever én opdrachtnemer samen verantwoordelijk zijn voor een correcte kwalificatie van hun samenwerking: is er sprake van zelfstandigheid, of feitelijk van een dienstverband?

De Wet DBA zelf bevat weinig concrete criteria. De praktische invulling komt grotendeels uit de rechtspraak — met name het Deliveroo-arrest van de Hoge Raad (24 maart 2023, ECLI:NL:HR:2023:443) en het Uber-arrest (21 februari 2025, ECLI:NL:HR:2025:319). Die arresten geven negen gezichtspunten waarmee een arbeidsrelatie wordt beoordeeld.

De Wet DBA verandert de spelregels niet inhoudelijk — de criteria voor een arbeidsovereenkomst (gezag, arbeid, loon) bestaan al decennialang. Wat de wet veranderde: de verantwoordelijkheid voor de beoordeling werd verlegd van de zzp’er naar de gezamenlijke verantwoordelijkheid van opdrachtgever én zzp’er.

Van VAR naar Wet DBA: de geschiedenis

Voor de Wet DBA werkte Nederland met de VAR — de Verklaring Arbeidsrelaties. Een zzp’er kon bij de Belastingdienst een VAR aanvragen. Met een “VAR winst uit onderneming” had de opdrachtgever zekerheid dat hij geen loonheffingen hoefde in te houden.

Het probleem: de verantwoordelijkheid lag volledig bij de zzp’er, terwijl de opdrachtgever volledig gevrijwaard was. Dat werkte schijnzelfstandigheid in de hand. Bovendien veranderde de praktijk vaak na het aanvragen van de VAR. Per 1 mei 2016 werd de VAR afgeschaft en vervangen door de Wet DBA, waarbij beide partijen verantwoordelijk werden.

2005–2016
VAR-tijdperk
Zzp’er vraagt Verklaring Arbeidsrelaties aan; opdrachtgever volledig gevrijwaard
1 mei 2016
Invoering Wet DBA
VAR afgeschaft; modelovereenkomsten geïntroduceerd; gezamenlijke verantwoordelijkheid
2016–2024
Handhavingsmoratorium
Belastingdienst handhaaft niet, behalve bij bewuste kwaadwillendheid; moratorium meerdere malen verlengd
24 maart 2023
Deliveroo-arrest Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2023:443)
Negen gezichtspunten voor beoordeling arbeidsrelatie vastgesteld; modelovereenkomst “vrije vervanging” per 1 jan 2024 ongeldig
1 januari 2025
Handhavingsmoratorium opgeheven
Volledige handhaving hervat; naheffingen mogelijk met terugwerkende kracht tot 1 jan 2025; geen verzuim- of vergrijpboetes (“zachte landing”)
21 februari 2025
Uber-arrest Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2025:319)
Extern ondernemerschap moet zonder rangorde worden meegewogen bij beoordeling arbeidsrelaties
11 december 2025
Handhavingsplan arbeidsrelaties 2026 gepubliceerd
“Zachte landing” deels verlengd: vergrijpboetes mogelijk vanaf 1 jan 2026, verzuimboetes nog niet
30 januari 2026
Coalitieakkoord kabinet-Jetten: “Aan de slag”
VBAR-verduidelijkingsdeel wordt geschrapt; Zelfstandigenwet wordt zo snel mogelijk ingevoerd; rechtsvermoeden blijft behouden
6 maart 2026
Minister Aartsen schrapt VBAR-verduidelijkingsdeel
Rechtsvermoeden gaat als zelfstandig wetsvoorstel door; deadline Staatsblad: 31 augustus 2026 (EU-implementatieplicht)
2026–2027
Zelfstandigenwet in voorbereiding
Werkt met zelfstandigentoets, werkrelatietoets en sectoraal rechtsvermoeden; tijdpad nog niet definitief

Het handhavingsmoratorium (2016–2024)

Direct na de invoering van de Wet DBA bleek dat de wet veel onzekerheid creëerde — voor zowel zzp’ers als opdrachtgevers. De criteria waren onduidelijk en de modelovereenkomsten boden onvoldoende houvast. Het kabinet besloot daarom de handhaving op te schorten: het zogenoemde handhavingsmoratorium.

Tijdens het moratorium handhaafde de Belastingdienst alleen bij bewuste en evidente kwaadwillendheid. Voor alle andere gevallen gold een gedoogperiode. Dit moratorium werd tussen 2016 en 2024 meerdere keren verlengd — steeds in afwachting van nieuwe, duidelijkere wetgeving die er maar niet kwam.

Per 1 januari 2025 is het moratorium definitief opgeheven. De normale handhavingsregels gelden nu volledig, met een gefaseerde “zachte landing” tot ten minste 2030.

Hoe handhaaft de Belastingdienst nu?

Sinds 1 januari 2025 controleert de Belastingdienst actief op arbeidsrelaties. De aanpak is risicogericht: via een landelijke detectiemodule worden signalen over mogelijke schijnzelfstandigheid geselecteerd en vervolgens handmatig beoordeeld.

  • De Belastingdienst start in 2026 in principe met een bedrijfsbezoek — een gesprek ter waarschuwing en uitleg, geen directe boete
  • Voor een naheffing loonbelasting is een boekenonderzoek nodig — dat zwaardere instrument blijft beschikbaar
  • Vergrijpboetes (10–100% van de naheffing) zijn mogelijk vanaf 1 januari 2026, maar alleen bij aantoonbare opzet of grove schuld
  • Verzuimboetes worden in 2026 nog niet opgelegd — na druk vanuit de Tweede Kamer is deze beperking verlengd
  • Naheffingen kunnen met terugwerkende kracht tot 1 januari 2025 worden opgelegd bij opdrachtgevers
  • In 2026 krijgen overheidsorganisaties extra aandacht — zij moeten het goede voorbeeld geven
  • Handhaving wordt stapsgewijs geïntensiveerd via een “ingroeimodel” tot 2030

Voor zzp’ers gold nooit een handhavingsmoratorium. De Belastingdienst kan bij een zzp’er die achteraf als werknemer wordt aangemerkt ook kijken naar aangiftes uit eerdere jaren — en onterecht geclaimde belastingvoordelen terugvorderen.

De 9 Deliveroo-criteria: wanneer ben je zzp’er?

De Belastingdienst gebruikt de negen gezichtspunten uit het Deliveroo-arrest (Hoge Raad, 24 maart 2023, ECLI:NL:HR:2023:443) als leidraad bij de beoordeling van een arbeidsrelatie. Geen enkel criterium is op zichzelf doorslaggevend — alle negen worden in onderlinge samenhang gewogen. Dat wordt de holistische toets genoemd.

1Aard en duur van de werkzaamheden
2Wijze waarop de werkzaamheden tot stand zijn gekomen
3Mate van integratie in de organisatie van de opdrachtgever
4Verplichting het werk persoonlijk uit te voeren
5Wijze waarop de contractuele regeling van de verhouding tot stand is gekomen
6Wijze waarop de beloning is bepaald en uitbetaald
7Hoogte van de beloning
8Mate waarin de werkende commercieel risico loopt
9Extern ondernemerschap: gedraagt de werkende zich als ondernemer in het economisch verkeer?

Het Uber-arrest (Hoge Raad, 21 februari 2025, ECLI:NL:HR:2025:319) heeft het negende criterium versterkt: extern ondernemerschap — het ondernemerschap buiten de specifieke opdracht — moet zonder rangorde worden meegewogen ten opzichte van de andere acht criteria. Actief zichtbaar ondernemen naar buiten toe telt dus mee — maar weegt niet zwaarder dan de andere criteria.

Wat is schijnzelfstandigheid?

Schijnzelfstandigheid is de situatie waarbij iemand op papier als zzp’er werkt, maar in de praktijk feitelijk als werknemer functioneert. De Belastingdienst kijkt niet naar het contract of de factuur, maar naar hoe de samenwerking er in werkelijkheid uitziet.

Signalen die wijzen op schijnzelfstandigheid — en dus verhoogd risico — zijn:

  • Werken langdurig voor slechts één opdrachtgever
  • Dezelfde werkzaamheden uitvoeren als collega’s in loondienst
  • De opdrachtgever bepaalt hoe, wanneer en waar het werk wordt uitgevoerd
  • Gebruik van materialen, systemen en werkplekken van de opdrachtgever
  • Niet kunnen laten vervangen door een ander
  • Volledig ingebed zijn in de organisatie en bedrijfsvoering van de opdrachtgever

Omgekeerd versterken deze omstandigheden de positie als echte zelfstandige:

  • Meerdere opdrachtgevers (niet verplicht, maar helpt sterk)
  • Eigen werkwijze, eigen materialen, eigen werktijden
  • Ondernemersrisico dragen: zelf verantwoordelijk voor ziekte, inkomen en pensioen
  • Zichtbaar ondernemer naar buiten: eigen website, KvK-inschrijving, acquisitie, offertes
  • Professionele autonomie: zelfstandig bepalen hoe het werk wordt uitgevoerd

Een KvK-inschrijving maakt je niet automatisch zzp’er in de ogen van de Belastingdienst. En een mooi logo op je factuur ook niet. De feitelijke uitvoering van het werk is bepalend — niet hoe de overeenkomst eruitziet.

Gevolgen als schijnzelfstandigheid wordt vastgesteld

Gevolgen voor de zzp’er
  • Verlies van recht op zelfstandigenaftrek en mkb-winstvrijstelling
  • Terugvordering van onterecht geclaimde belastingvoordelen over eerdere jaren
  • Recht op werknemersrechten (ontslagbescherming, loondoorbetaling bij ziekte)
  • Recht op pensioenopbouw via de opdrachtgever
Gevolgen voor de opdrachtgever
  • Naheffing loonbelasting en premies met terugwerkende kracht tot 1 januari 2025
  • Vergrijpboete van 10–100% van de naheffing bij opzet of grove schuld (vanaf 2026)
  • Pensioenverplichtingen alsnog afdragen
  • Reputatieschade en arbeidsrechtelijke claims van de zzp’er

Modelovereenkomsten: bieden die nog zekerheid?

Bij de invoering van de Wet DBA introduceerde de Belastingdienst modelovereenkomsten — goedgekeurde contracttemplates die partijen konden gebruiken om zekerheid te krijgen over hun arbeidsrelatie. Maar die zekerheid is beperkt gebleken.

De Belastingdienst beoordeelt niet wat er in het contract staat, maar hoe de samenwerking in de praktijk verloopt. Werkt de werkelijkheid anders dan de overeenkomst beschrijft, dan volgt handhaving — ongeacht de inhoud van het contract.

  • Bestaande goedgekeurde modelovereenkomsten zijn nog geldig tot uiterlijk eind 2029
  • De modelovereenkomst gebaseerd op “vrije vervanging” is per 1 januari 2024 ongeldig verklaard — als gevolg van het Deliveroo-arrest
  • De Belastingdienst beoordeelt geen nieuwe modelovereenkomsten meer
  • Een modelovereenkomst biedt geen garantie; de feitelijke uitvoering blijft leidend

Twijfel je over je arbeidsrelatie? Gebruik de Webmodule Beoordeling Arbeidsrelatie van het ministerie van SZW — een indicatieve tool die de Deliveroo-criteria verwerkt en sinds april 2026 ook de rol van extern ondernemerschap meeneemt. De uitkomst is een indicatie, geen juridische garantie. Bij twijfel is overleg met een arbeidsrecht- of belastingadviseur verstandig.

Wat komt er na de Wet DBA?

De Wet DBA blijft voorlopig de wettelijke basis voor de beoordeling van arbeidsrelaties. Op 6 maart 2026 kondigde minister Aartsen van Werk en Participatie een belangrijke koerswijziging aan: het verduidelijkingsdeel van de Wet VBAR wordt geschrapt. Alleen het rechtsvermoeden van werknemerschap blijft behouden en wordt versneld doorgezet.

  • Het rechtsvermoeden van werknemerschap (uit de VBAR) gaat als zelfstandig wetsvoorstel door. Streefdatum publicatie Staatsblad: uiterlijk 31 augustus 2026 (EU-implementatieplicht). Zzp’ers met een tarief onder €38 per uur (peildatum 1 januari 2026) kunnen dan bij de rechter werknemersrechten opeisen.
  • De Zelfstandigenwet vervangt het geschrapte verduidelijkingsdeel van de VBAR. Werkt met drie toetsen: een zelfstandigentoets, een werkrelatietoets en een sectoraal rechtsvermoeden. Initiatiefvoorstel van VVD, D66, CDA en SGP. Tijdpad: 2026–2027, maar concrete data zijn nog niet bekend en vertraging is waarschijnlijk.
  • De Webmodule Beoordeling Arbeidsrelaties is in april 2026 uitgebreid met de rol van extern ondernemerschap — als gevolg van het Uber-arrest.

Belangrijk om te weten: het rechtsvermoeden is geen verbod om onder €38 per uur te werken. Alleen werkende zzp’ers zelf kunnen er een beroep op doen — de Belastingdienst en de Arbeidsinspectie niet. Ongeveer 15 procent van de zzp’ers die eigen arbeid leveren, valt onder deze tariefgrens.

Totdat nieuwe wetgeving van kracht is, blijft de Wet DBA het geldende kader. De Deliveroo- en Uber-criteria zijn de praktische maatstaf — en die worden al volop gebruikt door de Belastingdienst en de rechter.

Veelgestelde vragen

Kan ik als zzp’er voor maar één opdrachtgever werken?
Dat mag — er is geen wettelijke verplichting om meerdere opdrachtgevers te hebben. Maar werken voor één opdrachtgever vergroot het risico op schijnzelfstandigheid aanzienlijk. Zorg dat je in dat geval op andere punten duidelijk aantoonbaar ondernemer bent: eigen werkwijze, eigen materialen, extern ondernemerschap en professionele autonomie.
Wat doet de Belastingdienst als zij schijnzelfstandigheid vermoedt?
In 2026 begint de Belastingdienst in principe met een bedrijfsbezoek bij de opdrachtgever — een gesprek ter waarschuwing en uitleg. Op basis van dat bezoek kan alleen een waarschuwing worden gegeven. Voor een naheffing loonbelasting is een boekenonderzoek nodig. Vergrijpboetes zijn mogelijk bij aantoonbare opzet of grove schuld; verzuimboetes worden in 2026 nog niet opgelegd.
Hoe ver terug kan de Belastingdienst naheffen bij de opdrachtgever?
De Belastingdienst kan naheffingen opleggen bij opdrachtgevers met terugwerkende kracht tot 1 januari 2025 — de datum waarop het handhavingsmoratorium werd opgeheven. Voor periodes daarvoor is naheffing alleen mogelijk bij bewezen kwaadwillendheid of het negeren van eerdere aanwijzingen.
Biedt een modelovereenkomst nog bescherming?
Beperkt. Bestaande goedgekeurde modelovereenkomsten zijn geldig tot uiterlijk eind 2029, maar de Belastingdienst kijkt naar hoe de samenwerking in de praktijk verloopt — niet naar wat er in het contract staat. Werkt de werkelijkheid anders dan de overeenkomst, dan volgt handhaving ongeacht de inhoud van het contract.
Wat is het verschil tussen de Wet DBA, VBAR en de Zelfstandigenwet?
De Wet DBA (2016) is de huidige wet die de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de arbeidsrelatie regelt. De VBAR was een wetsvoorstel dat de Wet DBA moest verduidelijken — het verduidelijkingsdeel is op 6 maart 2026 geschrapt, het rechtsvermoeden gaat als zelfstandig wetsvoorstel door. De Zelfstandigenwet is de beoogde vervanger van het geschrapte verduidelijkingsdeel en werkt met drie toetsen die het ondernemerschap centraal stellen.
Wat kan ik doen om mijn positie als zzp’er te versterken?
Zorg voor aantoonbaar extern ondernemerschap: een eigen website, eigen acquisitie, meerdere opdrachtgevers waar mogelijk, eigen materialen en werkwijze. Leg je zelfstandigheid vast in de overeenkomst én in de feitelijke uitvoering. Houd je urenadministratie bij. Bij twijfel over een specifieke situatie: raadpleeg een arbeidsrecht- of belastingadviseur.
Terug naar de kennisbank

Let op: De informatie op deze pagina is met zorg samengesteld op basis van officiële bronnen (Belastingdienst, Rijksoverheid, Hoge Raad) en is voor het laatst bijgewerkt op 11 mei 2026. Aan de inhoud van deze pagina kunnen geen rechten worden ontleend. Wet- en regelgeving en handhavingsbeleid kunnen gedurende het jaar wijzigen. Raadpleeg altijd belastingdienst.nl voor de meest actuele informatie, of schakel een belasting- of arbeidsrechtadviseur in voor jouw persoonlijke situatie.

Deel dit bericht via: