
Het kabinet wil de fiscale oudedagsreserve van IB-ondernemers versneld uitfaseren. Niet om de regeling zelf, maar als wisselgeld richting Brussel. Zonder die ingreep dreigt Nederland honderden miljoenen euro’s uit het Europese coronaherstelfonds mis te lopen, omdat een hervorming die het kabinet zelf heeft toegezegd niet op tijd af komt.
Dat blijkt uit een brief die minister Eelco Heinen (Financiën, VVD) in de week van 11 mei aan de Tweede Kamer stuurde en die op 18 mei door Het Financieele Dagblad werd onthuld. Heinen meldt daarin dat hij eind deze maand een gewijzigd pakket hervormingen indient bij de Europese Commissie. Een van de wisselstukken in dat pakket: het uitfaseren van de oudedagsreserve, die voor nieuwe toevoegingen al sinds 1 januari 2023 dicht zit.
Een Nederlandse keuze, geen Brussels dictaat
De €5,4 miljard waar Nederland aanspraak op kan maken uit het Herstel- en Veerkrachtplan is grotendeels Nederlands belastinggeld dat via Brussel terugvloeit. Maar de mijlpalen waaraan die uitkering hangt, heeft het kabinet-Rutte IV in 2021 zelf geformuleerd. Brussel heeft het plan beoordeeld en goedgekeurd, niet opgelegd. Per gemiste mijlpaal kan de Europese Commissie ruim €600 miljoen korten op de uitkering, op basis van een kortingsmethodologie die Heinen vorig jaar nog uitvoerig aan de Tweede Kamer heeft toegelicht.
Vier dossiers leveren nu problemen op: de regiewet voor volkshuisvesting, de wet die zzp-schap afbakent, de verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zzp’ers, en het versnellingsbesluit voor elektriciteitsprojecten. Heinen heeft de Tweede Kamer in januari al uitvoerig geïnformeerd over welke mijlpalen nog openstaan en welke financiële risico’s daarbij horen. Voor de BAZ-mijlpaal — de verplichte AOV — heeft het kabinet begin mei al een vervanger op tafel gelegd: de Wet meer zekerheid flexwerkers, die de Tweede Kamer op 12 mei aannam. De FOR-uitfasering komt daar nu bij, als aanvullende maatregel waarmee Heinen Brussel hoopt te overtuigen om akkoord te gaan.
Hoe de oudedagsreserve werkt — en wat verandert
De oudedagsreserve (FOR) was tot 2023 een fiscale aftrekpost voor zzp’ers en andere IB-ondernemers. Wie aan het urencriterium voldeed, mocht jaarlijks een deel van de winst boekhoudkundig opzij zetten als reserve voor later. Het bedrag bleef in de onderneming en de inkomstenbelasting erover werd uitgesteld tot het moment van staking, pensionering of overlijden — tenzij het tegen die tijd werd omgezet in een lijfrente, waarna de belasting pas bij uitkering verschuldigd was.
Per 1 januari 2023 ging de regeling dicht voor nieuwe opbouw. Bestaande standen mochten op de balans blijven staan en werden volgens het overgangsrecht (artikel 10a.29 Wet IB 2001) afgewikkeld onder de oude regels. Dat overgangsrecht zou volgens de wet pas in 2037 vervallen — ruim de tijd dus om een lopende FOR netjes af te bouwen.
Dat is precies wat het kabinet nu wil verkorten. Hoe ver, wanneer en met welke fiscale gevolgen — verplichte vrijval over een vaste periode, een nieuwe einddatum, een gefaseerde belastingheffing — staat niet in de Kamerbrief zoals die nu via het FD bekend is. De uitwerking volgt in een wetsvoorstel.
Wel staat vast dat het om aanzienlijke bedragen kan gaan. Het FOR-maximum was in 2022 €9.632 per jaar; wie meerdere jaren maximaal heeft gereserveerd, heeft tienduizenden euro’s aan uitgestelde belastingschuld op de balans. Een ondernemer die vijf jaar het maximum opzij heeft gezet, heeft bijvoorbeeld bijna €48.000 staan. Bij vrijval valt dat bedrag in één keer bij de winst, en wordt er — afhankelijk van het overige inkomen — al snel €18.000 tot €23.000 belasting over geheven. Tenzij er liquide middelen zijn om een lijfrente mee te financieren, want dat is de enige route om de heffing alsnog uit te stellen. En liquide middelen zijn er bij de FOR per definitie niet, want dat geld is in de onderneming achtergebleven.
Derde fiscale klap in vier jaar tijd
Voor zzp’ers is dit niet het eerste fiscale verlies in korte tijd. De zelfstandigenaftrek is afgebouwd van €6.310 in 2022 naar €1.200 in 2026, en gaat in 2027 verder omlaag naar €900. De FOR werd in 2023 dichtgezet voor nieuwe opbouw. In april 2026 maakte het kabinet bekend dat de startersaftrek per 2027 wordt afgeschaft en de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek versoberd. En nu komen ook de bestaande FOR-standen alsnog op het Brusselse onderhandelingsbord.
Maar er is een verschil met eerdere ingrepen. De zelfstandigenaftrek, de startersaftrek en de FOR-stop raakten allemaal toekomstige fiscale ruimte: minder aftrekken, geen nieuwe opbouw, lagere drempels. Voorspelbaar, en met overgangstermijnen waarop ondernemers konden plannen. De FOR-uitfasering werkt anders. Die treft een bedrag dat ondernemers in de jaren tot 2023 hebben opgebouwd op basis van regels die het kabinet zelf heeft vastgesteld — mét een wettelijke overgangsregeling die tot 2037 zou doorlopen. Die regeling wordt nu opengebroken, niet vanwege fiscale heroverweging, maar omdat een andere wet niet op tijd af komt.
Brussel als breekijzer
Het Herstel- en Veerkrachtplan was in 2020 bedoeld om Europese economieën te ondersteunen na de coronapandemie. Vijf jaar later is het in Nederland steeds vaker de stok waarmee zzp-dossiers door de Kamer worden geduwd. Eerst werd het verduidelijkingsdeel van de VBAR geschrapt en vervangen door het rechtsvermoeden bij laag uurtarief, met spoed door beide Kamers gejaagd onder verwijzing naar de EU-deadline. Toen werd de Wet meer zekerheid flexwerkers ingeruild voor de verplichte AOV-mijlpaal. En nu wordt een fiscale regeling die helemaal niets met arbeidsmarktbeleid te maken heeft — de afwikkeling van de FOR — onder diezelfde deadline gebracht.
Dat de Commissie naar verwachting akkoord gaat, is geen vergezicht. Andere lidstaten hebben hun plan al eens herzien, soms meerdere keren, en de Commissie hanteert daar in de praktijk een ruime opstelling bij zolang er een aantoonbaar alternatief is. Heinen rekent op die ruimte. Maar het politieke ongemak ligt niet in Brussel. Het ligt in Den Haag, waar het kabinet de Eerste en Tweede Kamer moet uitleggen waarom een fiscale belofte uit 2023 alsnog wordt teruggedraaid — als wisselgeld voor een arbeidsmarktwet die het zelf niet op tijd kon afmaken.
Wat zzp’ers met een FOR nu kunnen doen
Voor zzp’ers met een FOR op de balans is het verstandig om niet te wachten tot het wetsvoorstel publiek wordt. De huidige regels staan vrijwillige omzetting in een lijfrente nog toe, fiscaal neutraal: tegenover de afname van de FOR staat een aftrekbare lijfrentepremie, waardoor er per saldo geen heffing plaatsvindt op het moment van omzetting. De belasting wordt dan pas geheven op de uitkeringen, doorgaans op een moment dat het inkomen — en dus het belastingtarief — lager is.
Heinen stuurt zijn wijzigingsverzoek eind mei naar Brussel. Een principeakkoord is volgens hem ambtelijk al rond. De uitwerking in een wetsvoorstel komt pas daarna. Tot die tijd geldt het overgangsrecht uit 2023, en de keuzeruimte die daarmee samenhangt. Een gesprek met een fiscalist of boekhouder — over wat de FOR-stand precies is, welk deel zinvol is om alvast in een lijfrente om te zetten, en welke route bij de eigen leeftijd en pensioenplanning past — kan op dit moment meer opleveren dan na publicatie van een nieuwe wet.
Bron: Het Financieele Dagblad · BNR Nieuwsradio · Rijksoverheid · Tweede Kamer































