
Een brede meerderheid in de Tweede Kamer steunt het wetsvoorstel dat het rechtsvermoeden van werknemerschap voor zzp’ers met een uurtarief onder de €38 straks het recht geeft om bij de rechter werknemersstatus op te eisen. De stemming vindt plaats op dinsdag 21 april 2026. Als het wetsvoorstel ook de Eerste Kamer passeert, treedt de wet op 1 januari 2027 in werking — en dat heeft alles te maken met een Europese deadline die in de politieke berichtgeving nauwelijks wordt benoemd.
De kern van het wetsvoorstel is een omkering van de bewijslast. Nu moet een werkende zelf aantonen dat hij feitelijk werknemer is. Straks geldt het omgekeerde: wie voor minder dan €38 per uur werkt, wordt vermoed werknemer te zijn. De opdrachtgever moet dan bewijzen dat er écht sprake is van zelfstandig ondernemerschap. Belangrijk detail: het rechtsvermoeden is facultatief. Alleen de werkende zelf kan er een beroep op doen — de Belastingdienst en de Arbeidsinspectie niet, althans niet via dit wetsvoorstel. De werkende kan zich daarbij laten bijstaan door een derde partij, zoals een vakbond. Het is ook geen verbod. Je mag als zzp’er gewoon voor minder dan €38 per uur blijven werken, zolang de arbeidsrelatie met je opdrachtgever goed is geregeld.
Het tarief van €38 is afgeleid van het minimumloon en groeit automatisch mee. In 2027 komt het naar verwachting uit op €39. Naar schatting 150.000 zzp’ers werken momenteel voor een tarief onder deze grens.
Rechtsvermoeden werknemerschap: drie groepen zzp’ers, drie situaties
Voor wie ruim boven de €38 werkt, is de impact van dit wetsvoorstel beperkt. Het rechtsvermoeden speelt voor hen geen rol — tenzij een opdrachtgever alsnog een discussie wil voeren over de aard van de arbeidsrelatie, maar dat staat los van dit wetsvoorstel.
Voor zzp’ers die net rond de grens zitten, wordt het relevanter. Zij moeten nauwlettend in de gaten houden hoe hun arbeidsrelatie juridisch is vormgegeven. Als een opdrachtgever hen feitelijk als werknemer behandelt — vaste werktijden, instructiebevoegdheid, exclusiviteit — dan kan straks bij de rechter een arbeidsovereenkomst worden vastgesteld. Voor hen geldt: zorg dat de afspraken met je opdrachtgever kloppen met wat er in de praktijk gebeurt. Raadpleeg bij twijfel ons overzicht van het Handhavingsplan arbeidsrelaties 2026 om te zien hoe de Belastingdienst arbeidsrelaties beoordeelt.
De derde groep — zzp’ers ver onder de €38-grens — is tegelijk de meest kwetsbare en de groep die het rechtsvermoeden het minst actief zal inzetten. Juist wie afhankelijk is van zijn opdrachtgever, zal de drempel naar de rechter als hoog ervaren. Kamerlid Boon (PVV) wees hier al op: het rechtsvermoeden is een papieren oplossing als mensen niet naar de rechter durven stappen. BBB-Kamerlid Vermeer formuleerde het scherper: “Zodra je zegt dat mensen zelf naar de rechter moeten stappen om hun recht te halen, geef je eigenlijk al aan dat de wetgeving aan de basis niet goed in elkaar zit.” Patijn (GroenLinks-PvdA) oppert dat de Belastingdienst bestuursrechtelijk moet kunnen handhaven op het rechtsvermoeden, maar minister Aartsen wil dit onderzoeken — het wetsvoorstel regelt het vooralsnog niet.
De EU-deadline die Den Haag stil houdt
Wat in de brede pers nauwelijks aan bod komt: Nederland wordt door de EU feitelijk gedwongen dit wetsvoorstel in te voeren. Niet omdat Den Haag hier zelf op aandringt, maar omdat er serieus geld op het spel staat. De invoering van het rechtsvermoeden is een mijlpaal in het Nederlandse herstelplan dat gekoppeld is aan het Europese coronaherstelfonds (de Recovery and Resilience Facility). De deadline voor publicatie in het Staatsblad is 31 augustus 2026. Haalt Nederland die niet, dan loopt het geld mis. Op zzpnieuws.nl schreven we eerder al over de koppeling tussen Europees geld en zzp-wetgeving.
Het gaat in principe om Nederlands belastinggeld dat via Brussel terugvloeit — maar alleen als Nederland wetgeving maakt die de Europese Commissie goedkeurt. Aartsen zei daar zelf over: “Dat gaat om serieus geld. Per mijlpaal is het 600 miljoen euro. Dit zijn bij elkaar opgeteld drie mijlpalen, dus dat wil wel.” Dat verklaart waarom dit wetsvoorstel — ooit een onderdeel van het bredere en omstreden VBAR-wetsvoorstel — nu als losstaand wetsvoorstel met ongewone snelheid door het wetgevingsproces gaat. Het verduidelijkingsdeel van VBAR schrapte Aartsen in maart 2026 omdat daarvoor geen politiek draagvlak was — zie onze analyse kabinet schrapt omstreden deel VBAR. Het rechtsvermoeden hield hij over als snelste route naar de mijlpaal. Over de nieuwe zzp-koers die Aartsen daarna uitzette, publiceerden we een uitgebreide analyse van de zzp-koersbrief aan de Kamer.
Juridische waarschuwing: civiel papier of veel meer?
Fiscaal juristen plaatsen kritische kanttekeningen bij de veronderstelling dat het rechtsvermoeden puur civielrechtelijke werking heeft. In een position paper die VZN vóór het debat van 15 april naar de Kamer stuurde — zie onze berichtgeving over de VZN-inbreng voor het commissiedebat arbeidsmarkt — wees fiscaal jurist Jasper Commandeur erop dat een logisch gevolg van het aanpassen van de definitie is dat alle wetten die daarnaar verwijzen ook worden aangepast, inclusief de wetten waarop de Belastingdienst zich baseert. De verwachting van het kabinet dat de Belastingdienst zich niet op het rechtsvermoeden zal beroepen, noemt hij mogelijk naïef.
Dit raakt ook aan een praktisch probleem dat tijdens het Kamerdebat naar voren kwam: wat doe je met zzp’ers die niet met een uurtarief maar met een stuksprijs of totaalprijs werken? Bij een vaste projectprijs ligt de bewijslast anders. De werkende moet dan zelf aantonen dat het gehanteerde tarief omgerekend per uur onder de €38 uitkomt. Dat is geen simpele rekensom, en Kamerleden van VVD en JA21 waarschuwden dat dit achteraf kan worden gebruikt om alsnog een dienstverband te claimen.
Zelfstandigenwet wacht in de coulissen
Het rechtsvermoeden is nadrukkelijk een tussenstap. Tot de Zelfstandigenwet in werking treedt — beoogd op 1 januari 2028 — gelden de criteria uit het Deliveroo-arrest en de Uber-uitspraak als maatstaf bij de beoordeling van arbeidsrelaties. Een overzicht van die criteria staat in onze uitleg van de Wet DBA en de Deliveroo-criteria. De webmodule beoordeling arbeidsrelaties is overigens in april 2026 al aangepast door Aartsen, juist om de rol van extern ondernemerschap — versterkt door het Uber-arrest van de Hoge Raad — duidelijker te benoemen.
De Zelfstandigenwet, die VVD, D66, CDA en SGP als initiatiefwetsvoorstel hebben ingediend, moet structureel meer duidelijkheid geven over wanneer iemand echt zelfstandige is. Maar die wet is er voorlopig nog niet. Voor jongeren die via platforms als Temper of YoungOnes bewust voor een lager tarief werken, is er ook na 21 april geen speciale regeling. Het voorstel van SGP-Kamerlid Flach voor een leeftijdsstaffel voor onder de 21 jaar vond nauwelijks gehoor. Aartsen stelde dat jongeren ook na inwerkingtreding van de wet als zzp’er voor een lager tarief aan de slag kunnen, zolang de relatie met de opdrachtgever goed is ingericht.
Na de stemming op 21 april gaat het wetsvoorstel naar de Eerste Kamer. Bij spoedige behandeling moet publicatie in het Staatsblad voor 31 augustus 2026 haalbaar zijn. Inwerkingtreding is dan 1 januari 2027. Of het wetsvoorstel daadwerkelijk de bescherming biedt die het belooft, hangt af van één variabele die de wetgever niet in de hand heeft: de bereidheid van kwetsbare zelfstandigen om hun recht ook daadwerkelijk op te eisen.
Bron: Tweede Kamer der Staten-Generaal · Rijksoverheid · ZZP Nederland · Fiscaal Vanmorgen































