
Vanaf 2 augustus 2026 gaat de transparantieplicht uit de Europese AI-verordening gelden of vanaf december, als Brussel het uitstel rondkrijgt. Voor creatieve zelfstandigen die AI inzetten roept dat één concrete vraag op: moet ik straks overal een AI-label op plakken? Het antwoord is genuanceerder dan de waarschuwingsberichten suggereren. De wet is selectief, en of jij iets moet melden hangt niet af van het feit dát je AI gebruikt, maar van wát je ermee maakt. Voor de tekstschrijver, ontwerper, marketeer en fotograaf is dat onderscheid het hele verhaal.
De wet kent maar twee echte meldplichten niet één algemene
Artikel 50 van de AI-verordening legt de gebruiker van een AI-systeem — in de wettekst de “gebruiksverantwoordelijke” — maar in twee situaties een harde meldplicht op. De eerste betreft deepfakes: wie beeld, audio of video genereert of bewerkt die realistisch genoeg is dat iemand het voor echt kan aanzien, moet bekendmaken dat het kunstmatig is. De tweede betreft tekst die wordt gepubliceerd om het publiek te informeren over aangelegenheden van algemeen belang maar is in de praktijk vooral journalistiek en nieuws. Die moet als AI-gegenereerd worden vermeld.
Wat er níet staat, is minstens zo belangrijk. Er is geen algemene plicht om bij elke commerciële AI-tekst of elke AI-illustratie een label te plakken. Een productomschrijving, een wervende webtekst of een illustratieve afbeelding die duidelijk geen echte foto is, valt buiten deze twee categorieën. In de juridische vakliteratuur wordt er bovendien op gewezen dat de meldplicht voor tekst vervalt zodra een mens de output redactioneel heeft beoordeeld en de verantwoordelijkheid ervoor draagt. Een AI-conceptje dat je ongezien doorstuurt is iets anders dan een tekst die je echt hebt geredigeerd.
Drie categorieën: zo zie je waar jouw werk valt
De praktische vraag is dus niet of je AI gebruikt, maar in welk van drie groepen je opdracht valt. Dat bepaalt of, en hoe, je iets moet melden.
In de eerste groep zit werk dat onder de harde meldplicht valt. Maak je als fotograaf of beeldmaker realistisch beeld dat voor een echte foto kan worden aangezien, dan is dat een deepfake in de zin van de wet en moet je dat kenbaar maken. Schrijf je informerende teksten over maatschappelijke onderwerpen die je grotendeels door AI laat genereren zonder eigen redactie, dan geldt hetzelfde. Hier is melden geen keuze.
In de tweede groep zit het grijze gebied, en daar bevinden zich de meeste creatieven. Een tekstschrijver of freelancer die een blog over een actueel thema maakt, beweegt op de grens van “algemeen belang”. Een ontwerper die een campagnebeeld levert dat half realistisch is, zit tussen kunst en deepfake in. Hier biedt de wet ruimte: bij kennelijk artistiek, creatief of satirisch werk mag de vermelding subtieler, zolang die de beleving van het werk niet in de weg zit. Maar de grens is onscherp, en dat is precies waar je je eigen afweging moet maken.
In de derde groep zit het werk dat buiten artikel 50 valt. De marketeer die een producttekst genereert, de ontwerper die een duidelijk gestileerde illustratie maakt, de zelfstandige die AI alleen gebruikt voor spellingcontrole of als brainstorm: voor hen schept deze wet geen meldplicht. Let wel op: andere regels, zoals het reclamerecht en het verbod op oneerlijke handelspraktijken, kunnen los van de AI-verordening alsnog transparantie vragen wanneer er een risico op misleiding ontstaat. Juristen van verschillende advocatenkantoren adviseren daarom om ook bij commerciële content uit voorzorg open te zijn maar dat is een advies, geen wettelijke plicht uit artikel 50.
De datum waarop dit ingaat, is zelf nog een open vraag
Daarbovenop komt een onzekerheid die de meeste overzichten weglaten. De verordening noemt 2 augustus 2026 als ingangsdatum voor de transparantieplicht. Maar via het zogeheten Digital Omnibus-pakket bereikten de Raad van de EU en het Europees Parlement begin mei 2026 een voorlopig politiek akkoord om artikel 50 door te schuiven naar 2 december 2026. De Raad bevestigde dat akkoord op 13 mei; formele aanname wordt in juni of juli verwacht.
Het venijn zit in het woord “voorlopig”. Zolang die nieuwe datum niet is gepubliceerd in het Publicatieblad van de EU, geldt juridisch gewoon 2 augustus 2026. In de juridische vakliteratuur klinkt bovendien de waarschuwing dat artikel 50 grotendeels buiten de echte twistpunten van het Omnibus-pakket valt en dat je er verstandig aan doet op augustus te blijven mikken. Wie zijn voorbereiding op december plant en het uitstel sneuvelt alsnog, staat in augustus met lege handen. Net als bij de handhaving rond de Wet DBA geldt: hoe een regel uitpakt voor de zelfstandige, hangt uiteindelijk af van het toezicht erachter. Voor een solo-ondernemer zonder juridische afdeling is dat het ongemakkelijke deel: je bent afhankelijk van regels en stemmingen waar je geen invloed op hebt.
Wat je nu concreet kunt doen
De verstandigste lijn is niet wachten op uitsluitsel, maar je werk indelen volgens die drie categorieën. Loop je opdrachten van de afgelopen maanden langs: waar maak je realistisch ogend beeld, waar schrijf je informerende teksten over maatschappelijke onderwerpen, en wat is gewoon commercieel werk dat buiten de plicht valt? Die inventarisatie kost een uur en vertelt je precies waar je iets moet regelen en waar niet.
Spreek vervolgens met je opdrachtgevers af hoe je AI-gebruik vermeldt waar dat nodig is, en leg dat zo mogelijk vast in je voorwaarden dan wordt het geen discussie per klus. En bewaar bij tekstwerk je prompts en je redactionele aanpassingen: dat is het bewijs dat een mens aan het stuur zat, en daarmee je belangrijkste route uit de meldplicht. Niet omdat een toezichthouder volgende maand op de stoep staat, maar omdat de zelfstandige die zijn AI-gebruik vandaag al kan uitleggen, geen haast hoeft te maken zodra de datum eindelijk vaststaat.
Bron: Verordening (EU) 2024/1689 · Europese Commissie · Raad van de Europese Unie































