
Het zzp-dossier krijgt een duidelijke nieuwe richting. In het coalitieakkoord Aan de slag – 2026–2030 staat dat de coalitie de conceptwet VBAR wil opsplitsen, een rechtsvermoeden van werknemerschap wil invoeren, en het “overgebleven deel” van VBAR zo snel mogelijk wil vervangen door een Zelfstandigenwet.
Dat is relevant nieuws voor zelfstandigen en opdrachtgevers, omdat VBAR de afgelopen jaren juist hét kabinetsinstrument was om schijnzelfstandigheid aan te pakken én om criteria voor zelfstandigheid wettelijk te verduidelijken. De passage in het coalitieakkoord betekent niet dat alles al vaststaat (wetgeving moet nog door Tweede en Eerste Kamer), maar wél dat de politieke route verandert.
Wat staat er precies in het coalitieakkoord?
In het hoofdstuk over economie/ondernemen schrijft de coalitie letterlijk dat zij schijnzelfstandigheid wil aanpakken door de conceptwet VBAR te splitsen en een rechtsvermoeden van werknemerschap in te voeren. Het resterende deel van VBAR wil men daarna “zo snel mogelijk” vervangen door de Zelfstandigenwet.
Dat is een koerswijziging, omdat VBAR oorspronkelijk juist als één samenhangend pakket werd gepresenteerd: enerzijds verduidelijking van de beoordeling van arbeidsrelaties (wanneer ben je werknemer of zelfstandige), en anderzijds een rechtsvermoeden voor lagere tarieven.
Wat is VBAR ook alweer?
VBAR staat voor “Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden”. In 2025 communiceerde de overheid over een wetsvoorstel dat twee doelen combineert:
- duidelijker maken wanneer werk als zelfstandige kan en wanneer sprake is van werknemerschap, en
- de positie versterken van laagbetaalde werkenden die als zelfstandige werken, via een rechtsvermoeden bij een tariefgrens.
Belangrijk: VBAR is (voor zover publiek bekend) nog geen afgerond, ingevoerd wettelijk kader; het is beleid-in-ontwikkeling dat juist veel discussie opriep over uitvoerbaarheid en helderheid.
Wat betekent “VBAR opsplitsen” in de praktijk?
De meest concrete aanwijzing uit het coalitieakkoord is dat het rechtsvermoeden doorgaat (als los onderdeel) en dat het “overgebleven deel” van VBAR vervolgens wordt vervangen door de Zelfstandigenwet.
Daarbij is het belangrijk om goed te onderscheiden tussen:
- rechtsvermoeden van werknemerschap (bescherming voor laagbetaalde werkenden: makkelijker claimen dat je werknemer bent), en
- verduidelijking van zelfstandigheid (een helder kader wanneer je wél als zelfstandige kunt werken).
De coalitie lijkt deze twee sporen uit elkaar te trekken.
Wat is het rechtsvermoeden van werknemerschap?
Het rechtsvermoeden is bedoeld om werkenden met lage tarieven makkelijker toegang te geven tot werknemersrechten als zij vinden dat hun situatie feitelijk werknemerschap is. In eerdere kabinetscommunicatie werd daarbij een tariefgrens genoemd (in 2025: €36 per uur), waarbij de opdrachtgever dan moet aantonen dat géén sprake is van een arbeidsovereenkomst als iemand zich op dat vermoeden beroept.
Let op: de precieze tariefgrens, peildatum en vormgeving kunnen in het wetgevingstraject veranderen. Het coalitieakkoord noemt wél het rechtsvermoeden, maar niet alle technische details.
En wat is de Zelfstandigenwet?
De Zelfstandigenwet is een initiatief(voorstel) dat in de discussie vaak wordt genoemd als alternatief voor het “verduidelijkingsdeel” van VBAR. In de beschrijving van Zipconomy gaat het om een kader met toetsen (zoals een zelfstandigentoets en werkrelatietoets) om vooraf meer zekerheid te geven of iemand als zelfstandige kan werken voor een zakelijke opdrachtgever.
De coalitie kondigt nu aan dat zij dat spoor “zo snel mogelijk” wil inzetten als vervanging van het resterende VBAR-deel.
Waarom is dit nieuws, ook als het nog plannen zijn?
Omdat de passage in het coalitieakkoord:
- de richting van het zzp-dossier concreet maakt (splitsen + vervangen), en
- aangeeft dat er politiek draagvlak is om de aanpak anders te organiseren dan het oorspronkelijke VBAR-pakket.
ZZP Nederland noemt de voortekenen in het coalitieakkoord gunstig voor zelfstandige ondernemers en wijst erop dat meerdere wensen van de organisatie als uitgangspunt lijken te zijn genomen.
Ook Zipconomy duidt dit als een duidelijke koerswijziging en beschrijft de gefaseerde aanpak: eerst het rechtsvermoeden, daarna vervanging van het resterende VBAR-deel door de Zelfstandigenwet.
Wat betekent dit voor zzp’ers en opdrachtgevers in 2026?
Voorlopig vooral dit:
- Nog geen directe wetswijziging “per morgen”
Een coalitieakkoord is richtinggevend, maar wetgeving moet nog worden uitgewerkt en aangenomen. - Meer kans op twee aparte trajecten
Het rechtsvermoeden kan eerder komen dan een volledig nieuw zelfstandigenkader, omdat de coalitie expliciet spreekt over fasering. - Onzekerheid blijft nog even
Totdat er concrete wetsvoorstellen, data en uitvoeringskaders zijn, blijft het voor opdrachtgevers en zelfstandigen belangrijk om arbeidsrelaties zorgvuldig in te richten op basis van bestaande regels en rechtspraak.
Conclusie
Het coalitieakkoord zet een nieuwe koers uit: de conceptwet VBAR wordt opgesplitst, het rechtsvermoeden van werknemerschap wordt ingevoerd, en het resterende VBAR-deel moet zo snel mogelijk plaatsmaken voor de Zelfstandigenwet.
Voor zzp’ers kan dit op termijn meer duidelijkheid betekenen — maar de cruciale vraag wordt nu: hoe snel volgt de concrete uitwerking, en hoe gaat die er precies uitzien?
Bronnen (met hyperlinks)
- Coalitieakkoord Aan de slag – 2026–2030 (D66/VVD/CDA) – passage over VBAR splitsen, rechtsvermoeden, Zelfstandigenwet
- Zipconomy – “Nieuw kabinet zet in op gefaseerde nieuwe zzp wetgeving”
- ZZP Nederland – “Voortekenen coalitieakkoord gunstig voor zzp’ers”
- Rijksoverheid – achtergrond bij het VBAR-voorstel en het rechtsvermoeden (tariefgrens in eerdere communicatie)






























