
Minister Thierry Aartsen (Werk en Participatie) was maandag 1 juni hoofdgast van ArbeidsmarktPoort in perscentrum Nieuwspoort in Den Haag. Het thema van de middag was “duidelijke arbeidsmarktregelgeving” — een breed arbeidsmarktdebat waarin het zzp-dossier een van de hoofdonderwerpen was, naast arbeidsmigratie en de krapte op de markt. Aanwezigen beschrijven de sfeer eensgezind als positief en energiek. Volgens deelnemers noemde de minister “politieke lef” als de beslissende factor om de arbeidsmarkt te hervormen, en benadrukte hij dat investeren in mensen cruciaal wordt.
Dat de boodschap goed viel, is geen toeval. ArbeidsmarktPoort is een initiatief van ONL voor Ondernemers, de Bovib (branchevereniging voor intermediairs en brokers) en de VvDN (Vereniging van Detacheerders Nederland). In de paneldiscussie, geleid door voormalig ONL-voorman Hans Biesheuvel, zat Aartsen aan tafel met ONL-voorman Erik Ziengs, Saskia Kapper (Bovib) en Edwin van den Elst (VvDN). Het is, met andere woorden, een podium van en voor de partijen die tússen de opdrachtgever en de zzp’er staan: detacheerders, bemiddelaars en brokers.
Wie claimt hier het belang van de zzp’er?
En daar wringt het. Want vrijwel iedereen op dat podium spreekt namens “de zelfstandige” — maar bijna niemand ís het. Aartsen presenteert zijn koers als bescherming en ruimte voor de zzp’er. De brancheverenigingen van intermediairs scharen zich er enthousiast achter, omdat duidelijkheid over de status van de zzp’er hun markt voorspelbaarder maakt. Verslagen van aanwezige detacheerders en interimbemiddelaars spreken van “voorzichtig optimisme” en een markt die “langzaam loskomt”. Het tegengeluid kwam niet van het podium, maar van een buitenstaander in de zaal: het Comité ZZP, dat naar eigen zeggen aanwezig was, herhaalde in reactie op de middag zijn oproep om de handhaving stop te zetten — met het argument dat zolang er geen heldere, stabiele regels zijn, streng handhaven onverstandig is. Volgens het comité raakt de handhaving in de praktijk niet de schijnconstructie, maar de bewuste zelfstandige zelf.
Dat contrast is veelzeggend. De partijen die het meest tevreden naar buiten kwamen, zijn de partijen die verdienen aan de bemiddeling tussen zzp’er en opdrachtgever. De zelfstandige die rechtstreeks factureerde en nu via een tussenpartij moet werken, ervaart vooral één ding: een hap uit het tarief.
De ruimte verdwijnt precies bij de partijen die haar bejubelen
Dit is het patroon dat in de feestelijke framing van ArbeidsmarktPoort onzichtbaar blijft. De strengere handhaving op schijnzelfstandigheid, die sinds 1 januari 2025 doorloopt en sinds 1 januari 2026 vergrijpboetes kent bij opzet of grove schuld, drijft opdrachtgevers en zzp’ers steeds vaker richting een tussenpersoon. Uit eerder onderzoek dat ZZP Nieuws besprak blijkt dat ongeveer 40 procent van de zzp’ers inmiddels via een tussenpartij werkt, terwijl ruim de helft dat liever anders zou zien. Zij accepteren het uit noodzaak, niet uit keuze.
Die noodzaak heeft een prijskaartje. In haar inbreng voor het commissiedebat schetst de Vereniging Zelfstandigen Nederland het voorbeeld van een software-architect die drie jaar rechtstreeks voor een gemeente werkte en onder de WTTA — die per 1 januari 2027 ingaat — gedwongen zou zijn via een erkend detacheringsbureau te werken, tegen een marge van 18 procent. Het is een illustratie, geen voldongen feit, maar het mechanisme is nu al zichtbaar: hoe strenger de handhaving op directe zzp-inhuur, hoe groter de duw richting bemiddelaars die een deel van het tarief afromen zonder dat de zzp’er daar inhoudelijk iets voor terugkrijgt. En de uitweg die adviseurs en tussenpersonen daartegen aanprijzen — werken via een eigen BV — biedt juridisch geen bescherming: twee recente uitspraken laten zien dat de BV-constructie de toets op schijnzelfstandigheid niet tegenhoudt. De Belastingdienst erkent die dynamiek zelf: in het Handhavingsplan arbeidsrelaties 2026 staat expliciet dat onderzoek wordt gedaan naar de hele keten van opdrachtgever, intermediair en zzp’er.
Daarmee ontstaat de scherpe tegenstelling die op 1 juni grotendeels onbesproken bleef. De minister belooft ruimte voor de zelfstandige. Het beleid dat hij verdedigt, knijpt die ruimte juist dicht bij de groep zzp’ers die geen sterke onderhandelingspositie heeft — en sluist een deel van hun inkomen door naar precies de schakels die zijn boodschap het luidst toejuichen. De intermediairs zijn niet de slachtoffers van het handhavingsbeleid; ze zijn er de structurele begunstigden van.
De overheid maakt voor zichzelf weer ruimte
Veelzeggend is een aankondiging die meerdere aanwezigen optekenden. Volgens deelnemers kondigde Aartsen aan dat er binnen enkele weken een nieuwe leidraad komt voor de inhuur van zelfstandigen bij de overheid, ter vervanging van de huidige leidraad die nog op het ingetrokken wetsvoorstel VBAR is gebaseerd. Het signaal dat aanwezigen daaruit oppikten: overheidsorganisaties moeten zzp’ers niet langer categorisch weigeren.
Die boodschap legt de tegenstelling bloot. Terwijl de private markt onder de handhavingsdruk juist terughoudender werd met directe inhuur — met de gang naar tussenpersonen als gevolg — wil de overheid voor haar eigen inkoop de directe deur weer openzetten. De Rijksoverheid heeft het aantal potentieel schijnzelfstandigen in eigen huis het afgelopen jaar fors teruggebracht, juist omdat zij het goede voorbeeld wilde geven. Nu lijkt diezelfde overheid op zoek naar een route terug. Wat voor de overheid als werkbare flexibiliteit wordt gepresenteerd, blijft voor de zzp’er op de private markt een risico waarvoor opdrachtgevers terugschrikken.
Wat verandert er nu echt na 1 juni?
Voor de praktijk van de zzp’er verandert er na deze middag niets. Er is geen nieuw wetsvoorstel, geen gewijzigde datum, geen aangepast handhavingskader uit voortgekomen. De Zelfstandigenwet blijft beoogd voor 1 januari 2028, de handhaving loopt onveranderd door op het kader van de Deliveroo- en Uber-criteria, en de aanpassing van de webmodule beoordeling arbeidsrelaties die Aartsen op 9 april aankondigde verandert niets aan dat kader. Wie ruim boven de 38 euro per uur werkt en een aantoonbaar zelfstandige praktijk runt, hoeft op korte termijn weinig te vrezen. De aangekondigde inhuur-leidraad voor de overheid moet zich nog bewijzen; tot publicatie is het een toezegging, geen regel.
Wat 1 juni wel liet zien, is wie het podium krijgt in het Haagse debat over zzp-beleid — en wie niet. Zolang de minister “ruimte voor de zzp’er” vooral bespreekt met de brancheverenigingen die aan dat tarief verdienen, en niet met de zelfstandigen die de marge betalen, blijft de meest fundamentele vraag onbeantwoord: voor wie is die ruimte eigenlijk bedoeld?
Bron: Nieuwspoort · ONL voor Ondernemers · Rijksoverheid · Belastingdienst
Marco Weeber – Marco Weeber is uitgever en eindredacteur van ZZP Nieuws, dat hij in 2014 oprichtte. Hij schrijft over wetgeving, fiscaliteit, handhaving en de arbeidsmarktpositie van zelfstandigen, met bijzondere aandacht voor de Wet DBA, schijnzelfstandigheid en de verplichte AOV. Marco kent het zzp-schap van binnenuit: hij werkte zelf als freelancer en is sinds 2023 opnieuw zelfstandig, naast zijn werk als privéinvesteerder. Daarvoor bouwde hij ruim twintig jaar ervaring op in sales en business development bij internationale technologiebedrijven. Hij volgt sinds 2014 de ontwikkelingen die zelfstandigen raken en vertaalt die naar de praktijk. Lees meer over deze auteur.
