De Wet DBA — voluit: Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties — bepaalt hoe de arbeidsrelatie tussen een zzp’er en een opdrachtgever wordt beoordeeld. Sinds 1 januari 2025 handhaaft de Belastingdienst de wet actief. Dit is wat je moet weten.
- Wat is de Wet DBA?
- Van VAR naar Wet DBA: de geschiedenis
- Het handhavingsmoratorium (2016–2024)
- Hoe handhaaft de Belastingdienst nu?
- De 9 Deliveroo-criteria: wanneer ben je zzp’er?
- Wat is schijnzelfstandigheid?
- Gevolgen als schijnzelfstandigheid wordt vastgesteld
- Modelovereenkomsten: bieden die nog zekerheid?
- Wat komt er na de Wet DBA?
- Veelgestelde vragen
Wat is de Wet DBA?
De Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (Wet DBA) is sinds 1 mei 2016 de wettelijke basis voor de beoordeling van arbeidsrelaties tussen opdrachtgevers en zelfstandigen. De wet bepaalt dat opdrachtgever én opdrachtnemer samen verantwoordelijk zijn voor een correcte kwalificatie van hun samenwerking: is er sprake van zelfstandigheid, of feitelijk van een dienstverband?
De Wet DBA zelf bevat weinig concrete criteria. De praktische invulling komt grotendeels uit de rechtspraak — met name het Deliveroo-arrest van de Hoge Raad (24 maart 2023) en het Uber-arrest (21 februari 2025). Die arresten geven negen gezichtspunten waarmee een arbeidsrelatie wordt beoordeeld.
De Wet DBA verandert de spelregels niet inhoudelijk — de criteria voor een arbeidsovereenkomst (gezag, arbeid, loon) bestaan al decennialang. Wat de wet veranderde: de verantwoordelijkheid voor de beoordeling werd verlegd van de zzp’er naar de gezamenlijke verantwoordelijkheid van opdrachtgever én zzp’er.
Van VAR naar Wet DBA: de geschiedenis
Voor de Wet DBA werkte Nederland met de VAR — de Verklaring Arbeidsrelaties. Een zzp’er kon bij de Belastingdienst een VAR aanvragen. Met een “VAR winst uit onderneming” had de opdrachtgever zekerheid dat hij geen loonheffingen hoefde in te houden.
Het probleem: de verantwoordelijkheid lag volledig bij de zzp’er, terwijl de opdrachtgever volledig gevrijwaard was. Dat werkte schijnzelfstandigheid in de hand. Bovendien veranderde de praktijk vaak na het aanvragen van de VAR. Per 1 mei 2016 werd de VAR afgeschaft en vervangen door de Wet DBA, waarbij beide partijen verantwoordelijk werden.
Het handhavingsmoratorium (2016–2024)
Direct na de invoering van de Wet DBA bleek dat de wet veel onzekerheid creëerde — voor zowel zzp’ers als opdrachtgevers. De criteria waren onduidelijk en de modelovereenkomsten boden onvoldoende houvast. Het kabinet besloot daarom de handhaving op te schorten: het zogenoemde handhavingsmoratorium.
Tijdens het moratorium handhaafde de Belastingdienst alleen bij bewuste en evidente kwaadwillendheid. Voor alle andere gevallen gold een gedoogperiode. Dit moratorium werd tussen 2016 en 2024 meerdere keren verlengd — steeds in afwachting van nieuwe, duidelijkere wetgeving die er maar niet kwam.
Per 1 januari 2025 is het moratorium definitief opgeheven. De normale handhavingsregels gelden nu volledig.
Hoe handhaaft de Belastingdienst nu?
Sinds 1 januari 2025 controleert de Belastingdienst actief op arbeidsrelaties. De aanpak is risicogericht: via een landelijke detectiemodule worden signalen over mogelijke schijnzelfstandigheid geselecteerd en vervolgens handmatig beoordeeld.
- De Belastingdienst start in 2026 in principe met een bedrijfsbezoek — een gesprek ter waarschuwing en uitleg, geen directe boete
- Voor een naheffing loonbelasting is een boekenonderzoek nodig — dat zwaardere instrument blijft beschikbaar
- Vergrijpboetes (10–100% van de naheffing) zijn mogelijk vanaf 1 januari 2026, maar alleen bij aantoonbare opzet of grove schuld
- Verzuimboetes worden in 2026 nog niet opgelegd — dit is verlengd na druk vanuit de Tweede Kamer
- Naheffingen kunnen met terugwerkende kracht tot 1 januari 2025 worden opgelegd bij opdrachtgevers
- In 2026 krijgen overheidsorganisaties extra aandacht — zij moeten het goede voorbeeld geven
Voor zzp’ers gold nooit een handhavingsmoratorium. De Belastingdienst kan bij een zzp’er die achteraf als werknemer wordt aangemerkt ook kijken naar aangiftes uit eerdere jaren — en onterecht geclaimde belastingvoordelen terugvorderen.
De 9 Deliveroo-criteria: wanneer ben je zzp’er?
De Belastingdienst gebruikt de negen gezichtspunten uit het Deliveroo-arrest (Hoge Raad, 24 maart 2023) als leidraad bij de beoordeling van een arbeidsrelatie. Geen enkel criterium is op zichzelf doorslaggevend — alle negen worden in onderlinge samenhang gewogen. Dat wordt de holistische toets genoemd.
Het Uber-arrest (Hoge Raad, 21 februari 2025, ECLI:NL:HR:2025:319) heeft het negende criterium versterkt: extern ondernemerschap — het ondernemerschap buiten de specifieke opdracht — moet volwaardig en zonder rangorde worden meegewogen. Actief zichtbaar ondernemen naar buiten toe telt dus mee als bescherming.
Wat is schijnzelfstandigheid?
Schijnzelfstandigheid is de situatie waarbij iemand op papier als zzp’er werkt, maar in de praktijk feitelijk als werknemer functioneert. De Belastingdienst kijkt niet naar het contract of de factuur, maar naar hoe de samenwerking er in werkelijkheid uitziet.
Signalen die wijzen op schijnzelfstandigheid — en dus verhoogd risico — zijn:
- Werken langdurig voor slechts één opdrachtgever
- Dezelfde werkzaamheden uitvoeren als collega’s in loondienst
- De opdrachtgever bepaalt hoe, wanneer en waar het werk wordt uitgevoerd
- Gebruik van materialen, systemen en werkplekken van de opdrachtgever
- Niet kunnen laten vervangen door een ander
- Volledig ingebed zijn in de organisatie en bedrijfsvoering van de opdrachtgever
Omgekeerd versterken deze omstandigheden de positie als echte zelfstandige:
- Meerdere opdrachtgevers (niet verplicht, maar helpt sterk)
- Eigen werkwijze, eigen materialen, eigen werktijden
- Ondernemersrisico dragen: zelf verantwoordelijk voor ziekte, inkomen en pensioen
- Zichtbaar ondernemer naar buiten: eigen website, KvK-inschrijving, acquisitie, offertes
- Professionele autonomie: zelfstandig bepalen hoe het werk wordt uitgevoerd
Een KvK-inschrijving maakt je niet automatisch zzp’er in de ogen van de Belastingdienst. En een mooi logo op je factuur ook niet. De feitelijke uitvoering van het werk is bepalend — niet hoe de overeenkomst eruitziet.
Gevolgen als schijnzelfstandigheid wordt vastgesteld
- Verlies van recht op zelfstandigenaftrek en mkb-winstvrijstelling
- Terugvordering van onterecht geclaimde belastingvoordelen over eerdere jaren
- Recht op werknemersrechten (ontslagbescherming, loondoorbetaling bij ziekte)
- Recht op pensioenopbouw via de opdrachtgever
- Naheffing loonbelasting en premies met terugwerkende kracht tot 1 januari 2025
- Vergrijpboete van 10–100% van de naheffing bij opzet of grove schuld (vanaf 2026)
- Pensioenverplichtingen alsnog afdragen
- Reputatieschade en arbeidsrechtelijke claims van de zzp’er
Modelovereenkomsten: bieden die nog zekerheid?
Bij de invoering van de Wet DBA introduceerde de Belastingdienst modelovereenkomsten — goedgekeurde contracttemplates die partijen konden gebruiken om zekerheid te krijgen over hun arbeidsrelatie. Maar die zekerheid is beperkt gebleken.
De Belastingdienst beoordeelt niet wat er in het contract staat, maar hoe de samenwerking in de praktijk verloopt. Werkt de werkelijkheid anders dan de overeenkomst beschrijft, dan volgt handhaving — ongeacht de inhoud van het contract.
- Bestaande goedgekeurde modelovereenkomsten zijn nog geldig tot uiterlijk eind 2029
- De modelovereenkomst gebaseerd op “vrije vervanging” is per 1 januari 2024 ongeldig verklaard — als gevolg van het Deliveroo-arrest
- De Belastingdienst beoordeelt geen nieuwe modelovereenkomsten meer
- Een modelovereenkomst biedt geen garantie; de feitelijke uitvoering blijft leidend
Twijfel je over je arbeidsrelatie? Gebruik de Webmodule Beoordeling Arbeidsrelatie op hetjuistecontract.nl — een indicatieve tool van het ministerie van SZW die de Deliveroo-criteria verwerkt. De uitkomst is een indicatie, geen juridische garantie. Bij twijfel is overleg met een arbeidsrecht- of belastingadviseur verstandig.
Wat komt er na de Wet DBA?
De Wet DBA blijft voorlopig de wettelijke basis voor de beoordeling van arbeidsrelaties. Maar er is wetgeving in de maak die de praktische invulling verder moet verduidelijken.
- Het rechtsvermoeden van werknemerschap (uit de VBAR) wordt als zelfstandig wetsvoorstel ingevoerd — streefdatum Staatsblad uiterlijk 31 augustus 2026. Zzp’ers met een tarief onder €38/uur kunnen dan bij de rechter werknemersrechten opeisen.
- De Zelfstandigenwet vervangt het geschrapte VBA-deel van de VBAR. Werkt met drie toetsen: een zelfstandigentoets, een werkrelatietoets en een sectoraal rechtsvermoeden. Tijdlijn: 2026–2027, maar vertraging is waarschijnlijk.
- De webmodule beoordeling arbeidsrelaties is in april 2026 uitgebreid met de rol van extern ondernemerschap — als gevolg van het Uber-arrest en de Kamerbrief van Aartsen.
Totdat nieuwe wetgeving van kracht is, blijft de Wet DBA het geldende kader. De Deliveroo- en Uber-criteria zijn de praktische maatstaf — en die worden al volop gebruikt door de Belastingdienst en de rechter.
Veelgestelde vragen
Let op: De informatie op deze pagina is met zorg samengesteld op basis van officiële bronnen (Belastingdienst, Rijksoverheid, Hoge Raad) en is voor het laatst bijgewerkt in april 2026. Aan de inhoud van deze pagina kunnen geen rechten worden ontleend. Wet- en regelgeving en handhavingsbeleid kunnen gedurende het jaar wijzigen. Raadpleeg altijd belastingdienst.nl voor de meest actuele informatie, of schakel een belasting- of arbeidsrechtadviseur in voor jouw persoonlijke situatie.
