
Zzp’ers die onder de 38 euro per uur werken, krijgen een nieuw juridisch instrument: een rechtsvermoeden van werknemerschap, waarmee zij eenvoudiger kunnen afdwingen dat zij als werknemer worden behandeld. Het onderdeel dat had moeten vastleggen wannéér iemand zelfstandig is, schoof het kabinet ondertussen door naar later. De Eerste Kamer nam het wetsvoorstel op dinsdag 16 juni 2026 aan bij zitten en opstaan; alleen FVD stemde tegen. De Tweede Kamer ging op 21 april al akkoord, eveneens met brede steun.
Wat het rechtsvermoeden voor de zzp’er verandert
Wie straks onder de 38 euro per uur werkt (peildatum 1 januari 2026) en zich werknemer wil noemen, kan dat eenvoudiger afdwingen bij de opdrachtgever of bij de rechter. De bewijslast draait om: niet de werkende moet aantonen dat hij eigenlijk in loondienst is, maar de opdrachtgever moet bewijzen dat van echte zelfstandigheid sprake is. Lukt dat niet, dan heeft de zzp’er recht op de bescherming die bij een dienstverband hoort, zoals loondoorbetaling bij ziekte en ontslagbescherming. Het rechtsvermoeden is nadrukkelijk geen verbod om onder dat tarief te werken: wie tevreden als zelfstandige doorgaat, kan dat blijven doen. De wet geeft de werkende alleen een sterker juridisch instrument als hij het nodig heeft.
Dit is wat overbleef nadat VBAR uiteenviel
De wet die de Eerste Kamer nu aannam, is een afgesplitst restant. Het oorspronkelijke voorstel heette Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (VBAR) en bestond uit twee delen: een verduidelijkingsdeel dat in de wet zou vastleggen wanneer iemand zelfstandige is, en het rechtsvermoeden bij lage tarieven. Via een nota van wijziging op 10 maart 2026 schrapte het kabinet het verduidelijkingsdeel. Wat resteerde was het rechtsvermoeden, dat als zelfstandig wetsvoorstel versneld door beide Kamers ging. De verduidelijking van het gezagscriterium, het moeilijkste en politiek meest beladen onderdeel, is doorgeschoven naar de nog uit te werken Zelfstandigenwet. Zoals we eerder beschreven bij het schrappen van VBAR gaat de wetgever met het makkelijke deel vooruit en parkeert het de kern van de discussie. Die discussie loopt in Nederland inmiddels tien jaar.
Waarom de senaat juist nu doordrukte
De haast laat zich verklaren door geld uit Brussel. Nederland maakte met de Europese Commissie afspraken over arbeidsmarkthervormingen in ruil voor uitkeringen uit het Herstel- en Veerkrachtplan, met per gemiste mijlpaal een korting tot ruim 600 miljoen euro. Het rechtsvermoeden is een van die mijlpalen. Het kabinet vroeg de senaat eerder al om spoedbehandeling, zoals we beschreven toen de verplichte AOV juist naar achteren schoof en het rechtsvermoeden spoed kreeg. Het tijdpad rond de wet wordt dus niet alleen door de inhoud bepaald, maar ook door een Europese deadline waar een fors bedrag aan vasthangt.
De grens beschermt precies de groep die intermediairs uitknijpen
De 38-eurogrens richt zich op de onderkant van de zelfstandigenmarkt, en juist daar speelt een tweede beweging die de bescherming gedeeltelijk uitholt. Sinds de aangescherpte handhaving werken steeds meer zzp’ers verplicht via detacheerders en bemiddelaars, die marges van 15 tot 25 procent rekenen. In de inbreng van VZN aan de Kamer staat het voorbeeld van een software-architect wiens effectieve tarief van 110 naar circa 90 euro netto zakte nadat hij verplicht via een bureau moest werken, zonder dat zijn werk veranderde. Voor de werkende aan de onderkant betekent dezelfde tussenschakel dat een deel van het toch al lage tarief bij de bemiddelaar blijft hangen. De wet beschermt de zzp’er tegen de opdrachtgever, maar niet tegen de tussenpersoon die door de handhaving juist in beeld kwam.
Daar komt een juridische onzekerheid bij. Fiscaal jurist Jasper Commandeur wees er eerder op dat het rechtsvermoeden officieel alleen civielrechtelijk werkt, dus de verhouding tussen werkende en opdrachtgever regelt. Maar zodra een definitie in het Burgerlijk Wetboek verandert, kunnen wetten die daarnaar verwijzen meebewegen, inclusief de regels waar de Belastingdienst over gaat. Het kabinet gaat ervan uit dat de fiscus zich niet op het rechtsvermoeden zal beroepen. De praktijk moet dat nog uitwijzen.
Wat de zzp’er nu kan doen
De wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen moment; het toepasselijke bedrag wordt voor de eerste keer bij ministeriële regeling vastgesteld. Een harde ingangsdatum staat dus nog niet in de wet zelf. Werk je ruim boven de 38 euro, dan heeft de aangenomen wet op korte termijn weinig direct gevolg. Werk je eronder, dan wordt het rechtsvermoeden straks op jouw situatie van toepassing en is het verstandig je arbeidsrelatie nu al te (laten) beoordelen. De grotere vraag blijft of de Zelfstandigenwet, die het geschrapte verduidelijkingsdeel moet opvangen, wél de zekerheid brengt die VBAR niet wist te leveren. Tot die wet er ligt, beschermt de wetgever de onderkant met een rechtsvermoeden en laat hij de kern van het zelfstandigenvraagstuk open.
Bron: Eerste Kamer · Tweede Kamer · Rijksoverheid · ZZP Nieuws-archief
Redactie ZZP Nieuws – Redactie ZZP Nieuws publiceert sinds 2014 dagelijks nieuws, duiding en achtergronden voor zelfstandig ondernemers in Nederland. De redactie werkt vanuit primaire bronnen — Rijksoverheid, rechtspraak, Kamerstukken en CBS — en plaatst ontwikkelingen waar mogelijk in de context van eerdere wetgeving en beleid. Onafhankelijkheid van overheid, vakbonden en commerciële partijen staat voorop. Lees meer over de redactie.
