Een goed uurtarief is geen optelsom van wat je vroeger in loondienst verdiende. Als zzp’er betaal je zelf je belasting, pensioen, verzekeringen en niet-declarabele uren — en die kosten zitten allemaal verstopt in je tarief. Op deze pagina reken je stap voor stap uit welk uurtarief je écht nodig hebt, met een rekenraamwerk dat je zelf invult.
- Waarom je uurtarief geen omgerekend loon is
- Stap 1: hoeveel uur kun je écht declareren?
- Stap 2: tel al je kosten op
- Stap 3: bepaal je gewenste inkomen
- Stap 4: reken belasting en aftrekposten mee
- De formule: zo reken je het uit
- Rekenvoorbeeld van begin tot eind
- Wat zegt de markt — en wat het rechtsvermoeden?
- Vijf fouten die je tarief te laag houden
- Veelgestelde vragen
Waarom je uurtarief geen omgerekend loon is
De meest gemaakte denkfout bij starters: het bruto maandloon uit loondienst delen door het aantal werkuren en dat als uurtarief hanteren. Wie €4.000 bruto per maand verdiende en uitkomt op zo’n €25 per uur, rekent zichzelf arm. In dat loondienstbedrag zaten namelijk vakantiegeld, pensioenpremie, doorbetaling bij ziekte, en de werkgeverslasten die je werkgever onzichtbaar bovenop je salaris betaalde — samen al snel 30 tot 40 procent.
Als zzp’er draag je al die kosten zelf. Daar komt bij dat je lang niet elk gewerkt uur kunt factureren: acquisitie, administratie, scholing en ziekte zijn echte uren die geen omzet opleveren. Je uurtarief moet dus drie dingen tegelijk dekken: je gewenste inkomen, al je zakelijke en sociale kosten, én de uren die je niet kunt declareren.
Stap 1: hoeveel uur kun je écht declareren?
Een jaar telt grofweg 2.080 werkbare uren (52 weken × 40 uur). Daar gaat een flink deel vanaf voordat je überhaupt kunt factureren. Reken realistisch, niet optimistisch — dit is de stap waar de meeste tarieven al misgaan.
- Vakantie en feestdagen: al snel 6 weken, zo’n 240 uur
- Acquisitie, offertes en netwerken: vaak 4–8 uur per week
- Administratie, facturatie en boekhouding: 2–4 uur per week
- Scholing en bijhouden van je vak: enkele uren per week
- Ziekte en onverwachte uitval: reken op een marge
Wat overblijft, zijn je declarabele uren. Voor veel zzp’ers ligt dat tussen de 1.000 en 1.300 uur per jaar — niet de 1.700 of 1.800 waar starters vaak mee rekenen. Hoe lager je dit getal, hoe hoger je tarief moet zijn om hetzelfde te verdienen.
Stap 2: tel al je kosten op
Breng je vaste jaarlijkse kosten in kaart. Dit is het bedrag dat je sowieso kwijt bent voordat je een euro winst maakt. De posten verschillen per vak, maar deze horen er vrijwel altijd bij:
- Arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) of broodfonds-inleg
- Beroeps- en bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering
- Pensioenopbouw (lijfrente, banksparen of beleggen)
- Boekhoudsoftware, vakliteratuur, abonnementen en tools
- Werkplek: kantoor aan huis, coworking of huur
- Vervoer, telefoon, laptop en materiaal
- Een buffer voor periodes zonder opdracht en onverwachte tegenvallers
Onderschat vooral de posten die in loondienst onzichtbaar waren: pensioen en arbeidsongeschiktheid. Juist díé kosten maken het verschil tussen een tarief dat klopt en een tarief dat je over een paar jaar in de problemen brengt.
Stap 3: bepaal je gewenste inkomen
Reken terug vanaf wat je netto nodig hebt om van te leven: huur of hypotheek, boodschappen, zorgverzekering, en wat je opzij wilt zetten. Tel daar je gewenste marge bij op — een buffer voor groei, investeringen en magere maanden. Dit gewenste inkomen is de winst die je onderneming moet overhouden ná aftrek van alle zakelijke kosten, maar vóór belasting.
Stap 4: reken belasting en aftrekposten mee
Over je winst betaal je inkomstenbelasting. Maar als zzp’er heb je aftrekposten die je belastbare winst verlagen — mits je aan de voorwaarden voldoet. De belangrijkste voor het belastingjaar 2026:
- Zelfstandigenaftrek 2026: €1.200 (was €2.470 in 2025; daalt naar €900 in 2027). Voorwaarde: je voldoet aan het urencriterium van 1.225 uur.
- Startersaftrek 2026: €2.123 — dit is het laatste jaar. De startersaftrek vervalt per 1 januari 2027.
- Mkb-winstvrijstelling: 12,7% van de winst ná ondernemersaftrek. Deze blijft bestaan en geldt ook zonder dat je aan het urencriterium voldoet.
Het kabinet bouwt de zelfstandigenaftrek versneld af om het fiscale verschil met werknemers te verkleinen. Concreet betekent dit: je netto overhoudt van je tarief daalt de komende jaren, ook als je tarief gelijk blijft. Reden te meer om je tarief niet te krap te kiezen.
De formule: zo reken je het uit
Als je de vier stappen hebt, komt je minimale uurtarief uit deze rekensom:
| Gewenst bruto-inkomen (winst vóór belasting) | A |
| + Totale jaarlijkse zakelijke kosten | B |
| = Benodigde jaaromzet | A + B |
| ÷ Declarabele uren per jaar | C |
| = Minimaal uurtarief (excl. btw) | (A + B) ÷ C |
Rekenvoorbeeld van begin tot eind
Een fictieve zzp’er met ronde bedragen, puur ter illustratie. Vul de jouwe in op dezelfde manier.
| Gewenst bruto-inkomen (winst vóór belasting) | € 45.000 |
| AOV / arbeidsongeschiktheid | € 3.000 |
| Pensioeninleg | € 4.000 |
| Verzekeringen, software, tools, vakliteratuur | € 2.500 |
| Werkplek, vervoer, telefoon, materiaal | € 4.500 |
| Buffer voor periodes zonder opdracht | € 3.000 |
| Benodigde jaaromzet | € 62.000 |
| Declarabele uren | 1.150 |
| Minimaal uurtarief (excl. btw) | ± € 54 |
Wie in dit voorbeeld met €30 per uur was begonnen — een bedrag dat veel starters “redelijk” vinden — haalt bij 1.150 declarabele uren maar €34.500 omzet, terwijl het doel €62.000 was. Een tekort van ruim €27.000 op de eigen doelen. Dat is precies het gat tussen een tarief dat aanvoelt als veel en een tarief dat klopt.
Wat zegt de markt — en wat het rechtsvermoeden?
Je berekende tarief is je ondergrens. Daarboven bepaalt de markt: je vakgebied, je ervaring, de schaarste aan jouw specialisme en de regio. Vraag rond bij vakgenoten, kijk naar wat intermediairs en opdrachtgevers betalen, en wees niet bang om bovenaan je bandbreedte te gaan zitten als je werk dat rechtvaardigt.
Er is ook een juridische ondergrens in aantocht. De Tweede Kamer nam op 21 april 2026 het wetsvoorstel voor een rechtsvermoeden van werknemerschap aan; de behandeling in de Eerste Kamer loopt nog en de wet treedt naar verwachting op 1 januari 2027 in werking. De grens ligt op €38 per uur (peildatum 1 januari 2026) en beweegt mee met het wettelijk minimumloon. Werk je onder dat tarief, dan kun je als zzp’er een beroep doen op het rechtsvermoeden. Het juridische gevolg is een omkering van de bewijslast: niet jij hoeft aan te tonen dat je werknemer bent, maar je opdrachtgever moet bewijzen dat er géén arbeidsovereenkomst is. Lukt dat niet, dan heb je recht op de bescherming die bij een dienstverband hoort.
Twee dingen zijn belangrijk. Het is geen verbod om onder €38 te werken, en alleen de werkende zelf — of een vertegenwoordiger zoals een vakbond — kan er een beroep op doen; de Belastingdienst en de Arbeidsinspectie kunnen dat niet. En let op: is er geen uurtarief afgesproken maar een totaalbedrag of stuksprijs, dan kan dat worden teruggerekend naar een bedrag per uur om te bepalen of je onder de grens valt. Een laag tarief is sowieso ook een signaal van schijnzelfstandigheid. Lees meer in Wat betekent de €38-grens voor jou als zzp’er? en in Wat is de Wet DBA?
Vijf fouten die je tarief te laag houden
- Rekenen met te veel declarabele uren. 1.700 uur halen is uitzonderlijk, geen uitgangspunt.
- Pensioen en AOV vergeten. De twee duurste onzichtbare posten uit je loondienstverleden.
- Je oude nettoloon als maatstaf nemen. Dat bevatte werkgeverslasten die je nu zelf draagt.
- Geen buffer inbouwen. Periodes zonder opdracht, wanbetalers en magere maanden horen erbij.
- Je tarief jaren niet aanpassen. Inflatie en de afbouw van de zelfstandigenaftrek vreten stil aan je marge.
Veelgestelde vragen
Reken ik mijn uurtarief inclusief of exclusief btw?
Altijd exclusief btw. De btw is geen inkomen — je int het namens de Belastingdienst en draagt het af. Communiceer je tarief naar opdrachtgevers exclusief btw en vermeld de btw apart op je factuur.
Is er een minimumtarief voor zzp’ers?
Er is geen wettelijk minimumuurtarief dat je verplicht een bepaald bedrag te vragen. Wel komt er een rechtsvermoeden van werknemerschap rond €38 per uur (peildatum 1 januari 2026): werk je daaronder, dan kun je een beroep doen op het rechtsvermoeden, waarna je opdrachtgever moet bewijzen dat er géén dienstverband is. De Tweede Kamer nam dit voorstel op 21 april 2026 aan; de Eerste Kamer behandelt het nog, met beoogde inwerkingtreding 1 januari 2027. Het is een bescherming voor de werkende, geen verbod.
Hoe vaak moet ik mijn tarief herzien?
Minimaal jaarlijks. Inflatie, gestegen kosten en de jaarlijkse afbouw van de zelfstandigenaftrek betekenen dat een tarief dat vorig jaar klopte, dit jaar te laag kan zijn. Bouw een jaarlijkse herziening in je administratie in.
Mag ik verschillende tarieven hanteren voor verschillende klanten?
Ja. Veel zzp’ers werken met een hoger tarief voor kortlopende of spoedopdrachten en een lager tarief voor langdurige, zekere opdrachten. Zorg wel dat zelfs je laagste tarief boven je berekende ondergrens blijft.
Bron: Belastingdienst · Ondernemersplein/Rijksoverheid · Eerste Kamer (wetsvoorstel 36.783, rechtsvermoeden) · Hoge Raad (Wet DBA-kader)
