Rechtsvermoeden aangenomen, maar de €38 die iedereen noemt staat nog nergens vast

Geplaatst op
Opdrachtgever en zzp'er bespreken een overeenkomst, symbool voor de omgekeerde bewijslast onder de wet rechtsvermoeden
Beeld: Gustavo Fring (Pexels), redactie ZZP Nieuws © 2026

De Eerste Kamer nam op 16 juni de Wet invoering rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst op basis van uurtarief aan. Alleen FVD stemde tegen. Sindsdien meldt vrijwel elke accountant, salarisadviseur en jurist hetzelfde: zzp’ers onder de 38 euro per uur kunnen straks eenvoudiger werknemerschap opeisen. In de aangenomen wettekst staat dat bedrag echter niet. Daar staat 36 euro.

Waarom de wet 36 euro noemt en de praktijk 38

Het verschil zit in de opbouw van de wet. In het Burgerlijk Wetboek komt 36 euro te staan, het prijspeil van 2025 waarmee het oorspronkelijke voorstel in juli 2025 werd ingediend. Dat cijfer wordt daarna geïndexeerd. Op basis van het wettelijk minimumuurloon van 14,71 euro per 1 januari 2026 komt het feitelijk toepasselijke tarief uit op 37,07 euro, naar boven afgerond 38 euro. Dat afgeronde bedrag legt de wet niet zelf vast, maar wordt bij ministeriële regeling bepaald. Die regeling is er nog niet.

Het verschil lijkt cosmetisch, maar het bepaalt precies wie onder de grens valt. Een zzp’er die 37 euro rekent, valt eronder. De grens die telt wordt dus 38, maar dat getal is nergens in de aangenomen wet terug te vinden en ligt pas vast zodra de minister de regeling publiceert.

Een ingangsdatum ontbreekt

Een tweede punt dat in vrijwel alle berichtgeving sneuvelt: de wet bevat geen ingangsdatum. Inwerkingtreding gebeurt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, het toepasselijke tarief volgt bij ministeriële regeling. De datum van 1 juli 2026 die maandenlang circuleerde, was een streefdatum uit eerdere Kamerstukken, geen wettelijke deadline. Die datum is inmiddels verstreken zonder dat de wet in werking trad.

Wat wél vastligt, is een deadline die niets met de inhoud te maken heeft: publicatie in het Staatsblad moet uiterlijk 31 augustus 2026 rond zijn, omdat het rechtsvermoeden een mijlpaal is in het Europese Herstel- en Veerkrachtplan. Hoeveel geld daar precies aan hangt en waarom de “600 miljoen euro” die overal rondgaat genuanceerder ligt, legden we eerder uit in ons overzicht van het Europese geld achter de zzp-wetgeving. De kern voor nu: de haast rond deze wet wordt door een Brusselse deadline bepaald, niet door de zelfstandigen die ermee te maken krijgen.

Wat blijft en wat verdween

Het rechtsvermoeden is het overgebleven restant van de bredere Wet VBAR. Het verduidelijkingsdeel, dat had moeten vastleggen wanneer iemand zelfstandige is, schrapte het kabinet in maart en schoof het door naar de nog uit te werken Zelfstandigenwet. Wat overblijft is een instrument dat de bewijslast omdraait: de opdrachtgever moet aantonen dat van echte zelfstandigheid sprake is. Zoals we schreven toen de Eerste Kamer instemde, werkt dat rechtsvermoeden alleen civielrechtelijk: de zzp’er of een vakbond moet er zelf een beroep op doen en de Belastingdienst kan het niet inzetten.

Daarmee raakt de wet vooral de onderkant van de zelfstandigenmarkt, en juist daar loopt een tegenbeweging. Sinds de aangescherpte handhaving werken steeds meer zzp’ers gedwongen via detacheerders en bemiddelaars die marges van 15 tot 25 procent rekenen. Een tariefgrens die bescherming moet bieden, kan in de praktijk als drukmiddel op het uurtarief gaan werken. Wie straks wil weten of hij beschermd is, heeft aan de wettekst niet genoeg. Hij moet wachten op een ministeriële regeling die het bedrag invult en op een koninklijk besluit dat de datum bepaalt. Tot dat moment is het rechtsvermoeden aangenomen, maar nog niet van kracht.

Bron: Eerste Kamer der Staten-Generaal · Tweede Kamer der Staten-Generaal · Staatsblad · Rijksoverheid

Redactie ZZP Nieuws
Over de auteur:
Redactie ZZP Nieuws – Redactie ZZP Nieuws publiceert sinds 2014 dagelijks nieuws, duiding en achtergronden voor zelfstandig ondernemers in Nederland. De redactie werkt vanuit primaire bronnen — Rijksoverheid, rechtspraak, Kamerstukken en CBS — en plaatst ontwikkelingen waar mogelijk in de context van eerdere wetgeving en beleid. Onafhankelijkheid van overheid, vakbonden en commerciële partijen staat voorop. Lees meer over de redactie.
Deel dit bericht via:

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in