Aartsen wil zzp-dossier ‘normaliseren’, maar voor zzp’ers is het al lang normaal

Geplaatst op
Een zzp'er werkt thuis aan administratie — CBS-cijfers tonen krimp zzp-markt
Beeld: Pexels (Shvets Production), redactie ZZP Nieuws © 2026

Minister Thierry Aartsen (VVD) van Werk en Participatie wil dat het zzp-dossier binnen vier jaar uit de politieke gevarenzone is. Hij noemt het ‘normaliseren’ en ‘pacificeren’. Maar voor de ruim 1,1 miljoen Nederlandse zzp’ers ís hun werkvorm al lang normaal — en uit nieuwe CBS-cijfers blijkt dat juist het beleid van de overheid de markt al een jaar doet krimpen. Brancheorganisatie Bovib reageert enthousiast op de ambitie van de minister, de Vereniging Zelfstandigen Nederland (VZN) plaatst stevige kanttekeningen, en het Comité ZZP gaat de straat op met de eis dat de Belastingdienst stopt met handhaven.

Wie heeft het abnormaal gemaakt?

De ambitie van de minister is helder: na zijn termijn moet werken met zzp’ers geen politiek hoofdpijndossier meer zijn. “De reden waarom we het er nu over hebben, is omdat het niet goed geregeld is in de wet en dat het dus bijzonder is geworden”, aldus Aartsen. Met die formulering erkent hij impliciet wat zzp’ers al jaren weten: het is niet hun werkvorm die het probleem is, maar het wettelijk kader dat de overheid eromheen heeft gebouwd.

VZN-voorzitter Connie Maathuis legt de vinger op die zere plek. “Voor ruim één miljoen werkenden ís zelfstandig ondernemerschap al de norm”, aldus VZN in een reactie op de plannen. “De abnormaliteit zit niet bij hen; die zit in een wettelijk kader dat onvoldoende duidelijk maakt wanneer iemand zelfstandig ondernemer is.” Met andere woorden: het is de Wet DBA, het zigzaggende handhavingsbeleid en de hervatting van de handhaving op schijnzelfstandigheid per 1 januari 2025 die de markt onrustig hebben gemaakt — niet de zzp’er zelf.

De cijfers spreken Aartsen tegen

Terwijl de minister werkt aan zijn ‘normaliseringsagenda’, laat het CBS in zijn cijfers over het eerste kwartaal van 2026 een ander beeld zien. Het aantal zzp’ers daalt nu vijf kwartalen op rij. In Q1 2026 zijn er 116.000 minder zzp’ers dan in het laatste kwartaal van 2024. Het aantal banen van zelfstandigen daalde met 124.000 ten opzichte van een jaar eerder. Het aantal zzp’ers dat alleen eigen arbeid levert, ligt op 1,1 miljoen — een afname van 18.000 in één kwartaal.

Tegelijk groeit het aantal flexwerknemers in loondienst met 67.000 ten opzichte van een jaar eerder, vier kwartalen op rij. Dat is veelzeggend: opdrachtgevers haken af van zzp-inhuur, maar kiezen niet voor vaste banen als alternatief. Ze schalen op met interne flex. Het beleid dat schijnzelfstandigheid moet bestrijden, leidt in de praktijk dus niet tot meer vaste banen, maar tot een verschuiving binnen de flexschil — precies wat het beleid niet beoogde.

Dat staat in scherp contrast met Aartsens campagne ‘Zo kan zzp wel’, die ergens vóór de zomer moet starten. Een boodschap aan opdrachtgevers dat werken met zzp’ers wél kan, komt op een moment dat de cijfers iets anders laten zien. Voor zzp’ers die nu opdrachten verliezen, is twee maanden wachten op een communicatiecampagne een lange tijd.

Vier jaar tijd, maar de praktijk is weerbarstiger

Aartsen zet meerdere sporen tegelijk in. Het wetsvoorstel rechtsvermoeden van werknemerschap is door de Tweede Kamer aangenomen en moet per 1 januari 2027 ingaan. De Zelfstandigenwet gaat eind dit jaar voor advies naar de Raad van State en moet per 1 januari 2028 in werking treden.

De minister heeft een operationele denkrichting voor de Zelfstandigenwet: een lijst van tien à elf criteria, waarbij iemand die aan zeven punten voldoet als ondernemer wordt aangemerkt. Dat onthulde ONL-voorman Erik Ziengs na een gesprek met de minister. Ziengs noemt Aartsen ‘een bourgondische verbinder’ die werkt via rondetafelgesprekken en hands-on resultaat zoekt. Maathuis adviseert de minister daarbij om niet ‘met een stel ambtenaren een hok in te duiken’ om de Zelfstandigenwet uit te vogelen, maar iedereen mee te nemen.

‘De 38 euro zegt niets over zelfstandigheid’

De wet rechtsvermoeden geldt straks voor zzp’ers die onder 38 euro per uur werken. Wie minder verdient, kan bij de rechter eenvoudiger werknemersrechten claimen. De opdrachtgever moet dan bewijzen dat het wél om echte zelfstandigheid gaat. Aartsen herhaalt nadrukkelijk dat dit geen minimumtarief is. “De 38 euro zegt helemaal niets over of je wel of geen zelfstandige bent”, aldus de minister. Ook onder dat tarief kun je volgens hem prima zelfstandig werken, mits de samenwerking goed is georganiseerd.

VZN waarschuwt voor een ander effect. “We zien nu al dat opdrachtgevers €38 gaan gebruiken als feitelijke ondergrens om risico’s te vermijden”, schrijft de koepelorganisatie. “Daarmee ontstaat via de achterdeur een minimumtarief, zonder dat dit expliciet zo is bedoeld of democratisch is vastgesteld. Dat raakt onevenredig sectoren en groepen zoals zorg, cultuur, toerisme, parttime ondernemers en startende zzp’ers — juist groepen waar de minister zegt voor op te willen komen.”

Zij-aan-zij werken kan wél — een opmerkelijke verschuiving

Een minder opgemerkte maar inhoudelijk belangrijke verschuiving zit in de uitspraak van Aartsen dat zij-aan-zij werken na het Uber-arrest gewoon mogelijk is voor zzp’ers. Onder eerdere ministers werd dit categorisch uitgesloten. De Hoge Raad heeft in de Uber-zaak bevestigd dat extern ondernemerschap een prominentere plek krijgt in de holistische beoordeling van een arbeidsrelatie. Aartsen herhaalt deze boodschap bewust — een minister die dit hardop zegt, geeft opdrachtgevers houvast.

VZN noemt deze expliciete bevestiging een belangrijke stap vooruit. De koepelorganisatie wijst erop dat de overheid jarenlang zelf onduidelijkheid creëerde door zij-aan-zij werken als problematisch te framen.

Geen handhavingspauze: hier botst Aartsen met zijn doelgroep

Op één punt botst de koers van Aartsen frontaal met een groot deel van zijn doelgroep: het stopzetten van de handhaving. Veel zzp’ers en intermediairs pleiten voor een moratorium tot de Zelfstandigenwet er is, omdat opdrachtgevers volgens hen massaal terughoudend zijn geworden. Aartsen wil daar niet aan. Hij ziet dat als ‘zigzagbeleid’ en verwijst naar ‘schrijnende gevallen’ van schijnzelfstandigheid die hij niet wil laten lopen.

Het Comité ZZP tuigde er een protest voor op met als boodschap dat het te lang duurt en de handhaving moet stoppen. VZN legt de vinger op een interne tegenstrijdigheid in het beleid: de minister erkent dat opdrachtgevers categorisch zzp’ers weigeren omdat ze de regels niet begrijpen, en kondigt tegelijk aan dat de duidelijkheid pas in 2028 komt — terwijl de Belastingdienst onverminderd handhaaft op een kader dat de minister zelf onvoldoende duidelijk vindt. “Een tijdelijk moratorium tot de nieuwe wet er is”, aldus VZN, “is iets fundamenteel anders dan structureel niet handhaven.”

Daar zit de kern van het ongemak. Het ‘normaliseren’ staat of valt bij wat zzp’ers de komende twee jaar in de praktijk meemaken. De CBS-cijfers tonen al wat dat betekent: een markt die kwartaal na kwartaal krimpt, terwijl het aantal flexwerknemers in loondienst juist groeit.

Bovib enthousiast — maar niet onomstreden

Bart Smals, directeur van branchevereniging Bovib voor inhuur-intermediairs, noemde de koerswijziging ‘een verademing’. Volgens Smals ‘waait er echt een andere wind’ en is ‘zzp’ niet langer ‘een vies woord’ aan de Haagse onderhandeltafel. Hij wijst erop dat ruim negentig procent van de zzp’ers bewust kiest voor het ondernemerschap en dat erkenning daarvan logisch is.

Bovib heeft bij die positieve reactie wel een direct commercieel belang: meer ruimte voor zzp-inhuur betekent meer marktvolume voor intermediairs. De bredere kritiek vanuit de markt is dat ook intermediairs en branchekoepels niet altijd zelf voldoen aan de norm ‘geheel zelfstandig werken’ die zij verkondigen. De norm ‘zo kan zzp wél’ biedt nog altijd ruimte voor zeer uiteenlopende interpretaties — ook binnen het kamp dat de minister enthousiast steunt.

Geen kant-en-klare oplossing, wel een richtingverandering

Voor zzp’ers verandert er op de korte termijn weinig. De handhaving op schijnzelfstandigheid gaat door op het bestaande kader, gebaseerd op de Deliveroo- en Uber-criteria. Wie ruim boven 38 euro per uur werkt en een aantoonbaar zelfstandige praktijk runt, hoeft op korte termijn weinig te vrezen. Voor wie eronder zit of in een grijs gebied opereert, blijft het oppassen tot er meer duidelijkheid is.

Wat wél verandert is de toon. Voor het eerst in tien jaar haalt een zzp-wet de Tweede Kamer. Een minister stelt expliciet dat zij-aan-zij werken kan. En de Rijksoverheid past haar eigen leidraad inhuur aan. Of die belofte van breed draagvlak ook wordt waargemaakt, blijkt pas als de Zelfstandigenwet eind dit jaar bij de Raad van State ligt.

Tot die tijd is ‘normaliseren’ vooral een politiek frame voor wat in de praktijk al lang normaal was — voordat de overheid het ingewikkeld maakte.

Bron: Centraal Bureau voor de Statistiek · Vereniging Zelfstandigen Nederland · ONL voor Ondernemers · De Ondernemer

Over de auteur:
Redactie ZZP Nieuws publiceert dagelijks nieuws, duiding en updates voor zelfstandig ondernemers in Nederland. Lees meer over onze redactie.
Deel dit bericht via:

1 REACTIE

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in