Hof wijst FNV-eis in Uber-zaak af: geen collectief oordeel, zes chauffeurs zelfstandig ondernemer

Het Gerechtshof Amsterdam heeft de vorderingen van vakbond FNV in de Uber-zaak afgewezen. FNV wilde vastgelegd zien dat alle Uber-chauffeurs, of in elk geval groepen chauffeurs, werknemers zijn en onder de cao Taxivervoer vallen. Volgens het arrest van 27 januari (ECLI:NL:GHAMS:2026:163) kan die vraag niet voor de hele groep worden beantwoord: de omstandigheden verschillen te veel per chauffeur. Over de zes chauffeurs die in de procedure aan de kant van Uber stonden, is het hof wel stellig: zij zijn zelfstandig ondernemer.

Jaren procederen, met een tussenstop bij de Hoge Raad

De strijd tussen FNV en Uber loopt al jaren. In 2021 gaf de kantonrechter in Amsterdam de vakbond nog gelijk en oordeelde dat Uber-chauffeurs werknemers zijn. Uber ging in hoger beroep, waar de zes chauffeurs voor het eerst aanvoerden dat zij echte ondernemers zijn. Dat bracht het hof tot prejudiciële vragen aan de Hoge Raad: rechtsvragen die een rechter tijdens een lopende zaak aan de hoogste rechter kan voorleggen. De Hoge Raad antwoordde op 21 februari 2025 dat er geen rangorde bestaat tussen de gezichtspunten uit het Deliveroo-arrest van 2023, waarin de Hoge Raad op een rij zette waarop een arbeidsrelatie wordt beoordeeld. Ondernemerschap telt dus volwaardig mee, en twee mensen die hetzelfde werk doen voor dezelfde opdrachtgever kunnen verschillend worden gekwalificeerd. Hoe die beoordeling werkt, staat in onze kennisbank.

Waarom deze zes chauffeurs ondernemers zijn

Met dat antwoord in de hand woog het hof bij de zes chauffeurs het ondernemerschap zwaar. Het wijst op de investeringen die zij deden, zoals in de eigen auto, de vrijheid om zelf werktijden te kiezen, hun strategie bij het wel of niet accepteren van ritten, en het feit dat zij zelf het risico dragen van aansprakelijkheid en arbeidsongeschiktheid. FNV had dat ondernemerschap niet weersproken. Tegelijk sluit het hof niet uit dat individuele Uber-chauffeurs wél op basis van een arbeidsovereenkomst werken; dat kon in deze procedure alleen niet worden vastgesteld. Omdat het werknemerschap niet vaststond, wees het hof ook de gevorderde vergoedingen af.

FNV beraadt zich, Uber wil praten over een andere vorm van bescherming

FNV reageerde teleurgesteld en onderzoekt cassatie, een laatste beroep bij de Hoge Raad, naast mogelijke procedures voor individuele chauffeurs. Uber liet weten met de bonden te willen praten over bescherming van zelfstandigen buiten de werkgever-werknemerrelatie. Daarmee bevestigt het hof de lijn die de Hoge Raad al uitzette: de kwalificatie van een arbeidsrelatie blijft maatwerk per persoon, ook wanneer een grote groep hetzelfde werk doet voor dezelfde opdrachtgever.

Actualisering: de individuele lijn werkt door in het toetsingskader (augustus 2026)

Het ministerie van SZW publiceerde in juli 2026 het toetsingskader beoordeling arbeidsrelaties, dat de wettelijke regels en de rechtspraak uit onder meer de Deliveroo- en Uber-zaken bundelt voor de handhaving. ZZP Nieuws stelde daarbij vast dat het kader op punten afwijkt van de formuleringen van de Hoge Raad, waarna SZW die afwijkingen erkende en verduidelijking toezegde.

Bron: Gerechtshof Amsterdam, ECLI:NL:GHAMS:2026:163 (27 januari 2026) · Hoge Raad · Rechtspraak.nl · FNV

Redactionele noot: dit artikel is in augustus 2026 redactioneel herzien.

Redactie ZZP Nieuws
Over de auteur:
Redactie ZZP Nieuws – Redactie ZZP Nieuws publiceert sinds 2014 dagelijks nieuws, duiding en achtergronden voor zelfstandig ondernemers in Nederland. De redactie werkt vanuit primaire bronnen — Rijksoverheid, rechtspraak, Kamerstukken en CBS — en plaatst ontwikkelingen waar mogelijk in de context van eerdere wetgeving en beleid. Onafhankelijkheid van overheid, vakbonden en commerciële partijen staat voorop. Lees meer over de redactie.

Lees ook