Eerste Kamer maakt uitzendwerk duurder: nieuwe flexwet raakt zzp-markt al eind 2026

Geplaatst op
Twee magazijnmedewerkers in gesprek over samenwerking, symbolisch voor de veranderende inhuurmarkt door de Wet meer zekerheid flexwerkers
Beeld: Tiger Lily (Pexels), redactie ZZP Nieuws © 2026

De Eerste Kamer heeft op 7 juli ingestemd met de Wet meer zekerheid flexwerkers van minister Hans Vijlbrief van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De wet regelt strengere contractregels voor werknemers en gaat grotendeels in per 1 januari 2028. Maar het onderdeel dat zzp’ers het meest raakt, de nieuwe eisen aan uitzendwerk, treedt al op 31 december 2026 in werking. Daarmee wordt uitzendwerk duurder en minder aantrekkelijk: precies de beweging die volgens arbeidsjuristen een waterbedeffect richting zzp-inhuur kan versterken.

Wat de wet regelt

Drie op de tien werknemers in Nederland werken op een flexibel contract; nergens in Europa ligt dat aandeel hoger. De wet pakt dat langs drie lijnen aan. Draaideurconstructies met tijdelijke contracten worden bemoeilijkt: na drie tijdelijke contracten mag een werkgever drie jaar lang geen nieuw tijdelijk contract met dezelfde werknemer sluiten. Nu ligt die onderbrekingstermijn nog op zes maanden. Volgens het ministerie voorkomt deze wijziging bijna alle draaideurconstructies.

Daarnaast verdwijnt het nulurencontract. Daarvoor in de plaats komt een bandbreedtecontract met een minimum- en maximumaantal uren, waarbij het verschil maximaal 30 procent bedraagt. Bij een minimum van 10 uur is het maximum dus 13 uur. Oproepen boven het maximum mag een werknemer weigeren, en wie structureel meer werkt moet een contract met een hoger aantal uren aangeboden krijgen. Voor bijbanen van scholieren, studenten en AOW-gerechtigden geldt een uitzondering.

Uitzenddeel gaat een jaar eerder in

Het derde onderdeel is voor zzp’ers het interessantst. Uitzendkrachten moeten minimaal gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden krijgen als werknemers die rechtstreeks in dienst zijn. Voor beloning volgde dat al uit een uitspraak van het Europees Hof van Justitie; de wet legt het nu voor alle arbeidsvoorwaarden vast. Ook verkort de wet de meest onzekere fases van uitzendwerk en krijgt de minister de bevoegdheid om in te grijpen bij structurele onderbetaling in de uitzendsector.

Juist dit onderdeel treedt niet in 2028 maar al op 31 december 2026 in werking. Wie uit de eerste berichtgeving alleen “2028” onthoudt, mist dat de spelregels op de inhuurmarkt al binnen een half jaar veranderen.

Waarom dit zzp’ers aangaat

Formeel staat er geen woord over zzp’ers in deze wet. Toch grijpt hij in op het speelveld waarop zelfstandigen concurreren. Sinds de Belastingdienst per 2025 weer handhaaft op schijnzelfstandigheid, weken veel opdrachtgevers uit naar uitzendkrachten om risico te vermijden. Werkgeversvereniging AWVN peilde onder 162 bedrijven dat bijna de helft minder zelfstandigen inhuurt en meer op uitzendkrachten leunt, zo bleek eerder dit jaar ook uit de inbreng van zzp-organisatie VZN in de Tweede Kamer.

Deze wet maakt die uitwijkroute kostbaarder. Gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden, kortere onzekere fases en een ingrijprecht bij onderbetaling verhogen de kosten en administratieve lasten van uitzendwerk. Tel daarbij de WTTA op, die uitleners vanaf 1 januari 2027 een toelatingsstelsel met een waarborgsom van 100.000 euro oplegt, en de flexibele schil via uitzendbureaus komt van twee kanten onder druk. Dat kan opdrachtgevers opnieuw richting directe zzp-samenwerking bewegen.

De keerzijde bestaat ook. Duurder uitzendwerk betekent niet automatisch meer ruimte voor zelfstandigen. Sommige opdrachtgevers schrappen de flexibele schil liever helemaal, zoals Amsterdamse basisscholen eerder besloten. En waar intermediairs de inhuur overnemen, verdwijnt een deel van het tarief in marges. Of deze wet per saldo gunstig uitpakt voor zelfstandigen, hangt daarom sterk af van de sector en van hoe opdrachtgevers de rekensom maken.

Tweede wet uit het arbeidsmarktpakket

De wet is het tweede voorstel uit het arbeidsmarktpakket dat de eindstreep haalt, na de wet die een rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst koppelt aan een uurtarief. Beide vloeien voort uit afspraken die het kabinet in 2023 met vakbonden en werkgevers maakte, gebaseerd op het rapport van de commissie-Borstlap uit 2020 en het SER-advies uit 2021. Geen enkele wet in dit pakket regelt de positie van zzp’ers rechtstreeks, maar samen bepalen ze wel hoe aantrekkelijk zelfstandigen zijn ten opzichte van uitzendkrachten en vaste krachten.

Wat kun je hiermee als zzp’er?

Voor zelfstandigen is dit vooral een agenderingsmoment. Opdrachtgevers gaan tussen nu en eind 2026 hun flexibele schil opnieuw doorrekenen: uitzendwerk wordt duurder en vanaf 2027 komt daar het toelatingsstelsel van de WTTA bovenop. Wie werkt voor opdrachtgevers die ook uitzendkrachten inzetten, bijvoorbeeld in de zorg, bouw, logistiek of techniek, doet er goed aan dat gesprek zelf te openen en te vragen hoe de inhuurmix er na 2026 uitziet.

Tegelijk telt de eigen basis zwaarder dan ooit. Het waterbedeffect werkt alleen voor zelfstandigen die aantoonbaar zelfstandig zijn: met een goedgekeurde modelovereenkomst, een eigen werkwijze zonder leiding en toezicht en een heldere opdrachtformulering. Wie die basis niet op orde heeft, loopt eerder het risico dat een opdrachtgever de hele flexibele schil schrapt dan dat er werk bijkomt. En houd de tariefonderhandeling scherp. Als uitzendkrachten vanaf 31 december 2026 recht hebben op gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden, stijgt de prijs waarmee jouw tarief wordt vergeleken. Dat is een onderhandelingsargument dat straks letterlijk in de wet staat.

Bron: Rijksoverheid · Eerste Kamer · Europees Hof van Justitie · AWVN

Redactie ZZP Nieuws
Over de auteur:
Redactie ZZP Nieuws – Redactie ZZP Nieuws publiceert sinds 2014 dagelijks nieuws, duiding en achtergronden voor zelfstandig ondernemers in Nederland. De redactie werkt vanuit primaire bronnen — Rijksoverheid, rechtspraak, Kamerstukken en CBS — en plaatst ontwikkelingen waar mogelijk in de context van eerdere wetgeving en beleid. Onafhankelijkheid van overheid, vakbonden en commerciële partijen staat voorop. Lees meer over de redactie.
Deel dit bericht via:

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in