
In het debat over nieuwe zzp-wetgeving valt steeds vaker hetzelfde bedrag: € 600 miljoen. Als Nederland de nieuwe regels rond schijnzelfstandigheid niet op tijd rond heeft, zou ons land honderden miljoenen aan Europese steun mislopen. Maar hoe zit dat precies? Hoeveel geld hangt er werkelijk aan de hervormingen voor zzp’ers – en is dit “dwang uit Brussel”, of vooral een gevolg van afspraken die Nederland zelf met de EU heeft gemaakt?
In dit artikel zetten we de feiten op een rij.
Wat is het Herstel- en Veerkrachtplan (HVP) ook alweer?
Na de coronapandemie heeft de Europese Unie het Herstel- en Veerkrachtfonds opgezet: een grote pot met geld om economieën te helpen herstellen en te investeren in vergroening, digitalisering en een sterkere arbeidsmarkt. Ieder land mocht een eigen Herstel- en Veerkrachtplan (HVP) indienen, met daarin hervormingen en investeringen.
Voor Nederland betekent dat concreet:
- Het HVP geeft Nederland recht op maximaal € 5,4 miljard aan Europese steun.
- Dat geld wordt niet in één keer uitgekeerd, maar in vijf tranches, telkens als Nederland een set afgesproken mijlpalen en doelstellingen aantoonbaar heeft gehaald.
- Het Nederlandse HVP bestaat uit 21 hervormingen en 28 investeringen, verdeeld over zes prioriteiten (o.a. groene transitie, digitalisering, woningmarkt, gezondheidszorg en arbeidsmarkt).
Veel maatregelen in het HVP zijn bestaand beleid dat Nederland toch al wilde doorvoeren. Het HVP is dus niet een lijst met “Brusselse eisen”, maar vooral een manier om Europees geld te koppelen aan nationale plannen.
Waar komt die € 600 miljoen vandaan?
De discussie over zzp’ers draait om één van de zes prioriteiten in het HVP: het versterken van de arbeidsmarkt. Binnen die prioriteit hangt ongeveer € 600 miljoen Europees geld aan een pakket arbeidsmarkthervormingen.
Specifiek gaat het om drie elementen die Nederland zelf in het HVP heeft opgenomen:
- Verlaging van de zelfstandigenaftrek
- Invoering van een arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen
- Aanpak van schijnzelfstandigheid
Die drie punten samen vormen het arbeidsmarktpakket waarvoor Nederland die € 600 miljoen kan krijgen, als de afgesproken mijlpalen worden gehaald.
- De afbouw van de zelfstandigenaftrek is al in gang gezet.
- Voor de verplichte AOV voor zzp’ers ligt een wetsvoorstel klaar, al is de uitvoering daarvan omstreden.
- Blijft over: de aanpak van schijnzelfstandigheid – het meest gevoelige onderdeel van het pakket.
HVP-mijlpalen: wat is er precies afgesproken over schijnzelfstandigheid?
In het HVP staan drie concrete mijlpalen voor de aanpak van schijnzelfstandigheid:
- Een plan voor versterking van de handhaving delen met de Tweede Kamer
- Het beëindigen van het handhavingsmoratorium uiterlijk medio 2026
- Wetgeving over de beoordeling van arbeidsrelaties, die uiterlijk 31 augustus 2026 in werking moet zijn
Belangrijk: in het HVP staat niet dat dit per se de huidige “Wet VBAR” moet zijn. Er moet wél een wet zijn die schijnzelfstandigheid tegengaat en de beoordeling van arbeidsrelaties verduidelijkt.
Verliest Nederland écht € 600 miljoen als de zzp-wetgeving te laat is?
Hier ontstaat vaak verwarring. De stelling “Nederland loopt € 600 miljoen mis als de VBAR niet rond komt” is te simplistisch.
Feitelijk ligt het zo:
- De € 600 miljoen hangt aan een breder pakket arbeidsmarkthervormingen, niet aan één wet.
- Een deel daarvan is al gehaald, zoals de afbouw van de zelfstandigenaftrek.
- Als Nederland de deadline voor de arbeidsrelatiewetgeving niet haalt, worden niet alle mijlpalen gehaald.
- Gevolg: Nederland loopt dan niet automatisch het volledige bedrag mis, maar krijgt mogelijk een fors lagere uitbetaling voor dat onderdeel van het HVP.
Andere onderdelen van het HVP – zoals klimaatmaatregelen, digitalisering, woningmarkt en zorg – blijven gewoon doorlopen en kunnen nog steeds miljarden opleveren. Het is dus geen “alles of niets”, maar wel een reëel risico op een aanzienlijke korting.
Kort gezegd:
Nederland kan een aanzienlijk deel van die € 600 miljoen mislopen als de arbeidsmarkt-hervormingen niet op tijd zijn afgerond, maar verliest niet het hele HVP-budget.
Is dit “dwang uit Brussel” of een keuze van Den Haag?
Sommige zzp’ers ervaren het alsof “Brussel ons dwingt zzp-wetgeving door te voeren in ruil voor geld dat we zelf aan de EU hebben gegeven”. Dat gevoel is begrijpelijk, maar de werkelijkheid ligt genuanceerder.
1. Het HVP is grotendeels door Nederland zelf geschreven
De maatregelen voor zzp’ers zijn door de Nederlandse regering zelf in het HVP gezet. De EU heeft het plan beoordeeld, maar niet de inhoud opgelegd.
2. Brussel koppelt geld aan het naleven van afspraken
De EU betaalt pas uit wanneer landen hun zelf opgegeven mijlpalen behalen. Dat geldt voor elk EU-land en is geen uitzonderingspositie voor Nederland.
3. Gaat het om “ons eigen geld”?
Nederland is nettobetaler in de EU, dus indirect gaat er meer geld naar de EU dan terugkomt. Maar het HVP-geld is formeel een EU-subsidie. En subsidies – ook in Nederland – komen altijd met voorwaarden.
Het is dus geen Brusselse dictatenlijst, maar: Den Haag heeft hervormingen toegezegd en de EU betaalt pas uit als die toezeggingen worden waargemaakt.
Wat betekent dit concreet voor zzp’ers?
Voor de praktijk van zzp’ers is dit relevant om drie redenen:
- De deadline staat vast. Er moet vóór 31 augustus 2026 werkende wetgeving zijn die schijnzelfstandigheid tegengaat.
- Het kabinet kan zich niet permitteren om stil te vallen. Een financiële consequentie maakt uitstel politiek veel lastiger.
- De vorm van de wetgeving ligt niet vast. Het kan de VBAR zijn, een aangepaste variant, of een andere regeling die hetzelfde doel bereikt.
Daarnaast blijft de Arbeidsinspectie het toezicht uitbreiden en is het einde van het handhavingsmoratorium al afgesproken in het HVP. Dat betekent dat de druk op opdrachtgevers én zzp’ers in de komende jaren verder toeneemt.
Hoe kun je dit als zzp’er duiden?
Voor veel zelfstandigen blijft dit een ongemakkelijk dossier. Er komt druk van twee kanten:
- Nationaal: politiek wil schijnzelfstandigheid aanpakken en werkt aan verplichtingen zoals een AOV.
- Europees: het HVP koppelt deadlines en financiële consequenties aan het afronden van zzp-beleid.
Het is belangrijk om te realiseren dat dit niet eenzijdig uit Brussel komt, maar voortkomt uit keuzes die Nederlandse kabinetten zelf hebben gemaakt. De financiële prikkel maakt het echter wél minder waarschijnlijk dat zzp-wetgeving nog jaren vooruit wordt geschoven.
FAQ
1. Moet Nederland € 600 miljoen teruggeven als de zzp-wetgeving niet op tijd is?
Nee. Het bedrag is gekoppeld aan een pakket maatregelen. Nederland loopt mogelijk een deel van de tranche mis als niet alle mijlpalen worden gehaald.
2. Moet de VBAR verplicht worden ingevoerd?
Nee. Brussel schrijft geen specifieke wet voor. Maar er moet op tijd wél een wet zijn die arbeidsrelaties verduidelijkt en schijnzelfstandigheid tegengaat.
3. Heeft Nederland nog speelruimte?
Beperkt. Er kan nog worden gesleuteld aan de vorm van de wetgeving, zolang het doel maar aantoonbaar wordt gehaald vóór Q3 2026.
Bronnen
- ZiPconomy – “Het Herstel- en Veerkrachtplan, nieuwe zzp-wetgeving en € 600 miljoen Europees geld. Hoe zat het ook alweer?”
- Europese Commissie – Recovery and Resilience Facility: Netherlands country page
- Rijksoverheid – Definitief Herstel- en Veerkrachtplan Nederland
- ZZP Nederland – Voortgangsbericht kabinet over gevolgen HVP voor zzp-wetgeving
- EW Magazine – Analyse over AOV/BAZ en koppeling aan HVP
Redactie ZZP Nieuws publiceert dagelijks nieuws, duiding en updates voor zelfstandig ondernemers in Nederland. Lees meer over onze redactie.
